Posted on

Word je dik van suiker?

suiker

Rond de feestdagen krijgt suiker steevast de schuld. “Van suiker word je dik”, hoor je overal. Maar zo simpel is het niet. Suiker is geen magische vetmaker. Wat telt, is het totaalplaatje.

Kort door de bocht: wat is suiker?
Suiker (sucrose) is een koolhydraat en levert, net als andere koolhydraten, 4 kcal per gram. In je lichaam wordt suiker afgebroken tot glucose en fructose. Glucose is essentieel: je hersenen draaien er volledig op. Zonder glucose geen leven.

Bloedsuiker, insuline en vetopslag
Na het eten stijgt je bloedsuiker en maakt je lichaam insuline aan. Dat helpt glucose naar spieren, lever en – als het nodig is – vetcellen te brengen. Later, wanneer je beweegt of sport, wordt die energie weer vrijgemaakt. Zolang je energiebalans over de dag klopt, wordt maar een heel klein deel van glucose omgezet in vet.

Maakt suiker dikker dan andere koolhydraten?
Nee. Een gram suiker levert net zoveel energie als een gram “langzame” koolhydraten. Ook snelle stijgingen in bloedsuiker of insuline maken je niet automatisch dik. Eiwitten zorgen óók voor een insulinerespons en daar worden we niet ineens dik van.

Waar gaat het dan wél mis?
Suikerrijke producten eten makkelijk weg en verzadigen slecht. Daardoor eet je er vaak meer van dan je van plan was. Niet de suiker zelf, maar structurele overconsumptie zorgt voor gewichtstoename. Zeker rond kerst, met overvloed, gezelligheid en emotie-eten, ligt dat risico hoger.

Praktische tips:
Je hoeft suiker niet te verbannen, maar wel bewust te kiezen:
• Minder zoete snacks en frisdrank.
• Meer eiwit- en vezelrijke maaltijden.
• Eet met aandacht (niet gedachteloos voor een scherm).
• Geniet, maar niet de hele dag door.

De kern
Je kunt suiker eten en toch afvallen. Suiker maakt niet dik. Te veel eten, te vaak en te weinig bewust wél.

Posted on

Veranderingen in voedingsadviezen

peulvruchten

De Gezondheidsraad heeft een deel van de Richtlijnen goede voeding herzien: er zijn nieuwe aanbevelingen voor eiwitbronnen als peulvruchten en vlees. Het Voedingscentrum gebruikt deze richtlijnen in de Schijf van Vijf.

Naast de Richtlijnen goede voeding verwerkt het Voedingscentrum in de Schijf van Vijf meer informatie, zoals de voedingsnormen en randvoorwaarden voor duurzaamheid en voedselveiligheid. Daarmee maakt het Voedingscentrum kaders voor iedereen in Nederland en de vele verschillende eetvoorkeuren, van vlees tot vegetarisch en meer.

In april 2026 komt het Voedingscentrum met een doorontwikkelde Schijf van Vijf. Daarin komen alle nieuwe wetenschappelijke inzichten samen tot een gezond, duurzaam en veilig eetpatroon waarmee je alle benodigde voedingsstoffen en energie binnenkrijgt. De Gezondheidsraad legt in de nieuwe richtlijnen de nadruk op meer plantaardig eten, voor de gezondheid van mens en planeet. Richtlijnen over andere productgroepen, zoals graanproducten, groente en fruit, volgen later.

Impact Schijf van Vijf
De Schijf van Vijf biedt op dit moment al ruimte om veel plantaardig te eten. Naar aanleiding van het Gezondheidsraad-advies zal het minimum aan peulvruchten omhooggaan, en het maximum aan vlees omlaaggaan.

Het Voedingscentrum verwerkt in de Schijf van Vijf meer dan alleen de Gezondheidsraad-adviezen. Zo laten ze straks nog beter zien wat alle mogelijkheden zijn met de Schijf van Vijf. Dat maakt het makkelijker om keuzes te maken, bijvoorbeeld als je vega(n) eet.

Wat zeker is: de Schijf van Vijf blijft herkenbaar met vijf vakken. De hoofdadviezen zijn actueel en blijven dat ook. Voor veel mensen is het bijvoorbeeld al een mooie stap als het lukt om maximaal 300 gram rood vlees te eten of één keer per week peulvruchten, zoals het huidige Schijf van Vijf-advies is. De hoeveelheden die worden geadviseerd veranderen mogelijk, maar de stappen die mensen kunnen zetten richting een gezond en duurzaam eetpatroon blijven dezelfde.

Posted on

Superfoods: bestaan ze echt?

lijnzaad

De naam doet vermoeden dat superfoods uitzonderlijk gezond zijn en extra voordelen bieden voor je lichaam. Maar is dat wel zo?

Wat zijn superfoods eigenlijk?
Een duidelijke definitie van superfoods bestaat niet. Over het algemeen worden het voedingsmiddelen genoemd die rijk zouden zijn aan bepaalde vitamines, mineralen of antioxidanten — en daarmee beter dan ‘gewone’ voeding. Onderzoek laat echter zien dat, hoewel sommige producten inderdaad veel voedingsstoffen bevatten, deze net zo goed uit een gevarieerd voedingspatroon met groente, fruit, volkorenproducten en gezonde vetten gehaald kunnen worden.

Kort gezegd: superfoods kunnen een mooie aanvulling zijn, maar vormen nooit de basis van een gezond eetpatroon.

Lijnzaad
Lijnzaad is rijk aan vezels en ALA (alfalinoleenzuur), een plantaardige omega-3 vetzuur. Je lichaam kan ALA niet zelf aanmaken, dus het is belangrijk dit via voeding binnen te krijgen. Twee eetlepels lijnzaad per dag leveren al voldoende ALA. Een voordeel: het is goedkoop en makkelijk toe te voegen aan bijvoorbeeld yoghurt of havermout. Ook walnoten (ongeveer 600 mg ALA per noot) leveren dit vetzuur, net als kleinere hoeveelheden in vlees, spruitjes, volkoren granen en linzen.

Spirulina
Spirulina is een blauwgroene zoutwateralg en wordt vaak geprezen om zijn hoge eiwitgehalte (ongeveer 60%) en antioxidanten. Sommige onderzoeken suggereren dat het kan bijdragen aan levergezondheid en ontstekingsremming, maar harde wetenschappelijke bewijzen ontbreken nog. Vooral veganisten gebruiken spirulina graag als natuurlijke eiwitbron in poeder- of tabletvorm.

Walnoten
Walnoten zijn voedzaam en rijk aan onverzadigde vetten, vitamine E, B-vitamines en ijzer. Ze kunnen zelfs dienen als vleesvervanger. Er zijn aanwijzingen dat noten helpen bij het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten, mogelijk door hun vetzuursamenstelling. Toch is matiging belangrijk: walnoten bevatten veel energie (ongeveer 675 kcal per 100 gram). Een klein handje per dag is voldoende.

Haver
Haver is een klassiek voedingsmiddel dat al eeuwen wordt geteeld. Het bevat relatief veel eiwit, vezels, onverzadigd vet en belangrijke mineralen zoals calcium en ijzer. Ook levert het B-vitamines (vooral B1 en B6). Hoewel haver van nature glutenvrij is, kan het tijdens verwerking in contact komen met gluten. Let dus op het glutenvrij-logo als je gevoelig bent voor gluten.

Pure cacaopoeder
Cacao, het hoofdingrediënt van chocolade, bevat flavonoïden — antioxidanten die mogelijk gunstig zijn voor hart en bloedvaten. Toch blijft het belangrijk onderscheid te maken tussen pure cacao en bewerkte chocolade, die vaak veel suiker en vet bevat. Een chocoladereep van 100 gram bevat al snel 500 tot 600 kcal. Kies daarom liever voor pure cacaopoeder (minimaal 70%) in bijvoorbeeld je smoothie of havermout.

Conclusie
Een gezond en gevarieerd voedingspatroon met voldoende groente, fruit, volkorenproducten en gezonde vetten blijft de basis voor vitaliteit. Superfoods kunnen een leuke en voedzame aanvulling zijn, maar geen vervanging voor een gebalanceerd dieet. Zie ze als het “extraatje” dat bepaalde voedingsstoffen nét wat kan aanvullen — niet als wondermiddel.

Opdracht
Bekijk je eigen eetpatroon van de afgelopen drie dagen.
1. Noteer welke producten je eet die bijdragen aan een goede basis (zoals groente, fruit, volkorenproducten, peulvruchten).
2. Bedenk daarna één superfood dat je kunt toevoegen als extra (bijvoorbeeld lijnzaad door je ontbijt of wat pure cacaopoeder in je smoothie).
3. Beschrijf waarom je juist dat product kiest en welk mogelijk voordeel het biedt voor jouw gezondheid.

Posted on

Vier inzichten die je helpen bij het afslanken

afvallen

Afvallen lijkt soms ingewikkeld, maar vaak draait het om een paar simpele principes. Toch bestaan er veel misverstanden over voeding, beweging en gewoontes. Hieronder vind je vier veelgestelde vragen mét duidelijke antwoorden die jou kunnen helpen op weg naar een gezonder en fitter lichaam.

1. Kun je plaatselijk vet verbranden?
Veel mensen hopen dat ze met buikspieroefeningen alleen hun buikvet kwijt kunnen raken. Helaas werkt het niet zo. Je lichaam kiest zélf welke vetreserves het aanspreekt, en dat gaat verspreid over je hele lijf. Bij vrouwen blijven de heupen vaak langer hardnekkig, bij mannen de buik. Wat wel werkt? Spieren trainen op specifieke plekken. Door bijvoorbeeld je billen, borst en schouders te versterken, geef je je lichaam een strakker en meer in balans uiterlijk. Dat noemen we shapen.

2. Maakt eten na 20.00 uur dik?
Het idee dat je na acht uur ’s avonds niets meer zou mogen eten, is een fabel. Het gaat niet om het tijdstip, maar om de totale energiebalans over de dag. Heb je ’s avonds nog gesport? Dan is het juist slim om daarna iets te eten om te herstellen en je spieren van energie te voorzien. Kies dan wel voor een gezonde optie, zoals fruit of een lichte eiwitsnack.

3. Hoe zit het met alcohol en gewicht?
Een drankje lijkt misschien onschuldig, maar alcohol bevat meer calorieën dan je denkt: ruim 7 per gram. Een glas wijn of bier komt al snel uit op 85 calorieën – net zoveel als een snee brood – maar zonder het verzadigende effect. Bovendien wekt alcohol je eetlust op, waardoor de kans groot is dat je er nog een snack bij pakt. Minder alcohol drinken is dus een slimme keuze als je wilt afslanken én gezond wilt blijven.

4. Heeft snel eten invloed op je gewicht?
Jazeker. Je hersenen hebben ongeveer 20 minuten nodig om te registreren dat je genoeg hebt gehad. Wie snel eet, loopt dus het risico te veel binnen te krijgen voordat dat signaal doorkomt. Goed kauwen helpt bovendien bij de vertering en voorkomt een opgeblazen gevoel. Rustig eten is dus niet alleen gezonder, maar helpt je ook om eerder tevreden te zijn met minder.

Opdracht: Probeer dit eens
Bij je volgende warme maaltijd: zet een kookwekker op 20 minuten. Gebruik die tijd om rustig te eten, goed te kauwen en echt te proeven. Kijk daarna of je sneller een voldaan gevoel hebt dan wanneer je haastig eet.

Posted on

Heb je vet uit eten nodig voor je gezondheid?

Avocado

Vet is een voedingsstof die je lichaam hard nodig heeft. Het levert energie en helpt je lichaam om belangrijke vitamines op te nemen, zoals vitamine A, D en E. Ook krijg je via vet essentiële vetzuren binnen, zoals linolzuur en alfalinoleenzuur. Deze stoffen kan je lichaam zelf niet maken, dus moet je ze uit je voeding halen.
Een gezond eetpatroon bevat tussen de 20 en 40 procent van de energie uit vet. Deze hoeveelheid is nodig om allerlei processen in je lichaam goed te laten verlopen.

Wat doet vet voor je lichaam?
Vet is niet alleen een brandstof, maar ook een transportmiddel. Zonder vet kan je lichaam vetoplosbare vitamines niet opnemen. Onverzadigde vetten leveren daarnaast essentiële vetzuren, die een rol spelen bij het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten.

Twee soorten vet: verzadigd en onverzadigd
• Verzadigd vet verhoogt het slechte cholesterol in je bloed en kan daardoor de kans op hart- en vaatziekten vergroten. Dit vet zit vooral in vet vlees, volle zuivel, koek, gebak en snacks.
• Onverzadigd vet is de gezondere keuze. Je vindt dit in producten als olie, vloeibaar bak- en braadvet, noten, avocado en vette vis.

Een handige richtlijn: vervang zoveel mogelijk verzadigd vet door onverzadigd vet. Kies bijvoorbeeld voor halvarine op brood of olie in de keuken, in plaats van harde vetten of boter.

Let op de hoeveelheid
Vet levert veel energie: 1 gram vet bevat 9 kilocalorieën. Dat is meer dan koolhydraten of eiwitten. Als je te veel vet eet, krijg je snel te veel calorieën binnen. Dit kan leiden tot gewichtstoename.

Opdracht
Ga de komende twee weken bijhouden hoeveel vet je per dag binnenkrijgt (in gram). Reken daarna uit hoeveel procent van je totale energie-inname uit vet komt.
• Zit je binnen de richtlijn van 20 tot 40 procent?
• En maak je voldoende gebruik van onverzadigde vetten?

Bron: Voedingscentrum

Posted on

Hoe raak je beter verzadigd?

verzadigd

Je kent het gevoel vast wel: je hebt net iets gegeten, maar je hebt nog steeds trek. Dat kan frustrerend zijn, zeker als je wilt letten op wat je eet. Gelukkig kun je met slimme keuzes zorgen voor meer verzadiging. Verzadiging betekent simpel gezegd dat je je vol voelt na het eten van een product of maaltijd. Hoe dat precies werkt? We leggen het je uit.

Wat gebeurt er in je lichaam?
Er zijn een aantal hormonen die bepalen of je trek hebt of juist vol zit. Twee belangrijke zijn:
• Leptine: dit hormoon zorgt ervoor dat je hersenen het signaal krijgen dat je genoeg hebt gegeten.
• Ghreline: dit hormoon stijgt als je een tijd niets gegeten hebt en zorgt ervoor dat je honger krijgt.
Daarnaast speelt insuline ook een rol bij het gevoel van verzadiging. Het is dus niet zo simpel als “vol = genoeg gegeten”, want je lichaam werkt met signalen die niet precies aangeven hoeveel energie je nodig hebt.

Ook je hoofd speelt mee
Verzadiging is niet alleen een lichamelijk proces. Ook je gedachten en omgeving beïnvloeden hoeveel je eet. Denk maar aan het verschil tussen alleen eten of in een groep: in een groep eet je vaak meer zonder dat je het doorhebt. Ook gewoontes, stress of afleiding (zoals tv-kijken tijdens het eten) kunnen ervoor zorgen dat je meer eet dan je eigenlijk nodig hebt.

Wat kun je doen om je voller te voelen?
Iedereen is anders, maar onderstaande tips helpen voor veel mensen om meer verzadiging te ervaren:
1. Eet vezelrijke producten – zoals volkoren granen, groente, fruit en peulvruchten.
2. Kies voor eiwitrijke voeding – zoals eieren, zuivel, vis, kip, tofu of bonen.
3. Drink voldoende water – dorst wordt vaak verward met honger.
4. Let op je omgeving – eet met aandacht en voorkom onbewust eetgedrag.
5. Eet volumineus – producten zoals aardbeien vullen goed, maar leveren weinig calorieën.
6. Combineer macronutriënten – een mix van koolhydraten, eiwitten en vetten zorgt voor meer verzadiging dan alleen suikers.
7. Houd je maaltijddoorsnee gelijk – als je lichaam gewend is aan een bepaald volume, werkt dat verzadigend.
8. Maak je maaltijden wat dikker – een stevige soep vult bijvoorbeeld beter dan een dunne bouillon.

De sleutel zit in uitproberen wat voor jou werkt. Niet elk lichaam reageert hetzelfde, dus het is belangrijk om zelf te testen wat jou echt vult en helpt om niet te blijven snaaien.

Opdracht: test je verzadiging
De komende twee weken ga je experimenteren met je maaltijden.

• Kies dagelijks verschillende producten of maaltijden.
• Geef ze een score op een schaal van 0 t/m 10:
– 0 = helemaal niet verzadigd
– 10 = volledig verzadigd
• Houd bij wat je at, wanneer en hoe je je voelde (eventueel ook of je daarna ging snacken).

Aan het einde van de twee weken heb je inzicht in wat voor jou het beste werkt. Die kennis kun je gebruiken om betere keuzes te maken en je eetgedrag positief te beïnvloeden.

Succes!

Posted on

Veilig en verantwoord barbecueën

BBQ

Zodra de zon schijnt, gaat bij veel mensen de barbecue aan. Gezellig samen buiten eten, of je nu kiest voor vlees, vis, groente, fruit of vleesvervangers. In dit artikel lees je hoe je verantwoord en veilig kunt barbecueën — met oog voor gezondheid, hygiëne én het milieu.

Wat leg je op de barbecue?
Op de barbecue kun je allerlei lekkers bereiden:
• Klein vlees zoals steak, koteletjes, worstjes of kip
• Vis zoals zalm of garnalen
• Groente zoals maïskolven, paprika en champignons
• Fruit zoals banaan of appel
• Vleesvervangers zoals vegaburgers of tofu

Zo ga je stap voor stap te werk (vlees en vis)
1. Verwarm de barbecue op tijd.
o Gas of elektrisch: na 10 minuten klaar voor gebruik
o Houtskool: wacht 30 tot 60 minuten tot de kolen wit zijn en niet meer vlammen
2. Zorg dat het rooster op de juiste hoogte hangt (25–40 cm boven de kolen) en bestrijk het met een beetje olie.
3. Begin met producten die lang moeten garen.
o Raadpleeg eventueel een rooster- of gaartijdentabel
o Sommige producten kun je beter eerst voorgaren
4. Draai pas als er een korstje ontstaat.
o Keer daarna regelmatig tot alles goed gaar is

Gezonde en milieubewuste tips
• Voorkom aanbranding: zwarte randjes kunnen schadelijke stoffen bevatten (zoals PAK’s en acrylamide). Snijd die weg.
• Kies voor milieuvriendelijker materiaal:
o Gasbarbecues zijn het minst belastend
o Kokosbriketten zijn duurzamer dan gewone houtskool
• Eet minder vlees, meer groente en vleesvervangers voor een lagere milieu-
impact

Hygiëne: zo voorkom je buikklachten
• Maak vlees en vis goed gaar of koop ze voorgegaard
• Gebruik aparte tangen en borden voor rauwe en gare producten
o Plak eventueel stickertjes om ze te onderscheiden
• Bewaar eten zo lang mogelijk gekoeld
o Zet alleen kleine porties buiten en vul steeds bij
• Check de tips van de ‘5x veilig-kaart’ van het Voedingscentrum

Eet smakelijk!

Posted on

Drinken voor betere prestaties

drinken

Voldoende drinken tijdens het sporten is belangrijk om goed te blijven presteren en om je lichaamstemperatuur op peil te houden. Zeker bij warm weer (boven de 25 graden) is dit extra belangrijk. Tijdens het zweten verlies je niet alleen vocht, maar ook belangrijke stoffen zoals zouten. Door goed te drinken, vul je dit weer aan en help je je lichaam optimaal te functioneren.

Wanneer moet je drinken?
Bij inspanning korter dan een uur: heb je vooraf genoeg gedronken, dan hoef je meestal tijdens het sporten niets extra’s te drinken. Je kunt je dorstgevoel volgen, vooral als de training pittiger wordt.

Bij inspanning langer dan een uur: sport je langer dan een uur, zoals bij duursporten of intensieve spelsporten zoals voetbal? Dan is drinken tijdens het sporten aan te raden. Ook hier is je dorstgevoel een goede graadmeter. Water is prima, maar als je het maximale uit je training wilt halen, kun je ook kiezen voor een sportdrank met koolhydraten en elektrolyten (zoals natrium/zout).

Hoeveel en wat drink je?
Een isotone sportdrank – met 60 tot 80 gram koolhydraten per liter – wordt snel opgenomen door je lichaam en ondersteunt je energiehuishouding. De richtlijn is om zo’n 60 gram koolhydraten per uur binnen te krijgen tijdens langdurige inspanning. Elektrolyten zorgen voor een nog snellere opname.

Drink liever kleine hoeveelheden verspreid over de tijd dan in één keer een hele bidon leeg. Een richtlijn is 150 tot 250 ml per kwartier, met een maximum van 800 tot 1000 ml per uur. Te veel drinken kan namelijk maagklachten geven of zelfs leiden tot een gevaarlijke verstoring van de vochtbalans.

Maatwerk voor jou
Iedere sporter is anders. Experimenteer tijdens je trainingen met hoeveelheden en soorten dranken, en leer luisteren naar je lichaam en dorstgevoel.

Opdracht:
Plan deze week één training van meer dan 60 minuten en test bewust je vochtinname. Noteer:
• Wat en hoeveel je vooraf, tijdens en na afloop hebt gedronken
• Hoe je je voelde tijdens de training
• Of je last had van dorst, kramp of maagklachten

Posted on

Zoetstoffen: veilig of toch schadelijk?

zoetstoffen 1

Zoetstoffen zijn al jaren onderwerp van discussie. Sommige mensen noemen ze giftig en zeggen dat je ze moet vermijden. Maar wat zegt de wetenschap hierover? Het antwoord is eigenlijk heel duidelijk.

Wat zijn zoetstoffen?
Een zoetstof is een stof die ervoor zorgt dat iets zoet smaakt, zonder dat er suiker aan te pas komt. Volgens het Voedingscentrum zijn er 15 soorten zoetstoffen goedgekeurd voor gebruik in voedingsmiddelen. Sommige van deze stoffen komen ook van nature voor, bijvoorbeeld in bessen of citrusvruchten. Als een zoetstof wordt gebruikt in voeding, krijgt het een E-nummer. Dit betekent dat de stof is goedgekeurd door EFSA, de Europese voedselautoriteit die streng controleert op veiligheid.

Twee soorten zoetstoffen
Er zijn twee hoofdgroepen zoetstoffen:

1. Polyolen (of niet-intensieve zoetstoffen)
Deze zijn ongeveer even zoet als suiker of iets minder zoet. Ze komen van nature voor in planten en bomen. Ze leveren ook wat energie, ongeveer 2,4 kilocalorieën per gram. Een bekend voorbeeld is xylitol, dat je kunt vinden in sommige suikervrije producten.

2. Intensieve zoetstoffen
Deze zijn extreem zoet – van 30 tot wel 37.000 keer zoeter dan gewone suiker. Omdat je er maar een heel klein beetje van nodig hebt, leveren ze vrijwel geen calorieën. Sommige intensieve zoetstoffen worden in de natuur gevonden, zoals:
o Thaumatine (E957): uit zaden van een boom
o Neohesperidine-DC (E959): uit sinaasappelschil
o Steviolglycosiden (E960): uit de steviaplant
Bekende synthetische varianten zijn:
o Aspartaam (E951): vaak in light frisdrank. Niet geschikt om te bakken, want het breekt af bij verhitting.
o Sucralose (E955): te vinden in snoep en sauzen, wél geschikt om mee te bakken.

Is het schadelijk voor je gezondheid?
Wetenschappelijk gezien: nee. Zoetstoffen zijn veilig bij normaal gebruik. Ze zijn uitvoerig onderzocht en goedgekeurd. Toch lees je op het internet vaak negatieve verhalen. Die zijn meestal gebaseerd op gevoelens of aannames, niet op feiten. Bijvoorbeeld: aspartaam wordt in je lichaam afgebroken tot stoffen die we normaal goed verwerken. Alleen mensen met een zeldzame aandoening genaamd fenylketonurie (PKU) kunnen aspartaam beter vermijden, omdat ze het stofje fenylalanine niet goed kunnen afbreken.

Hoeveel mag je nemen?
• Volwassenen
De veilige dagelijkse grens voor aspartaam is 40 mg per kilogram lichaamsgewicht. Als je 100 kg weegt, mag je dus tot 4000 mg per dag. Ter vergelijking: een blikje cola light bevat 150 mg aspartaam. Dat betekent dat je er pas bij 27 blikjes per dag over die grens heen zou gaan.
• Kinderen
Omdat kinderen minder wegen, kunnen ze sneller te veel binnenkrijgen. Daarom is het verstandig om kinderen niet te veel light-frisdranken te geven. Water of ongezoete drankjes zijn betere keuzes.

Wil je meer weten?
• Voedingscentrum.nl
• Zoetstoffen.eu

Posted on

Leid je jezelf met gevoel of verstand?

gevoel of verstand

Bij het bereiken van je doelen zijn twee stappen essentieel:
1. Je besluit nemen: ik ga dit doen.
2. Je eraan overgeven: ik blijf bij mijn plan.

Maar… heb je het contract met jezelf al getekend? Neem een moment om daarbij stil te staan.
Hoe belangrijk is jouw doel écht voor je? Is het belangrijk genoeg om af en toe ‘nee’ te zeggen? ‘Nee’ tegen dat stuk taart of ‘nee’ tegen je verlangen om op de bank te blijven liggen. Bedenk dat ‘nee’ zeggen iets tijdelijks is. Je zegt eigenlijk: niet nu, maar straks wél. Geen gebakje nu, maar straks – als je je doel bereikt hebt – kun je daar met volle teugen van genieten. Geen bank nu, maar na je training des te lekkerder ontspannen.

Het spanningsveld: gevoel vs. verstand
Je gevoel schreeuwt om gemak, comfort en directe bevrediging. Het wil rust als je moe bent, eten als je honger hebt. Dat is logisch – het zijn oerinstincten die bedoeld zijn om te overleven. Vroeger was dat nodig: eten als het er is, rusten wanneer het kan. Maar in de wereld van vandaag zijn die reflexen vaak niet meer helpend. We hebben eten in overvloed en te weinig beweging.

Je verstand is er om vooruit te kijken. Het helpt je plannen maken voor de langere termijn, voor een gezonder lichaam, meer energie of meer zelfvertrouwen. Het helpt je kiezen voor wat je écht wilt, niet alleen wat je nú wilt.

Als je worstelt met overgewicht of een slechte conditie, is dat vaak het resultaat van je gevoel te vaak z’n zin geven. En dat lijkt misschien lief voor jezelf, maar op de lange termijn doe je jezelf juist tekort.

Heropvoeding is nodig – voor jezelf, door jezelf
Je oude gedrag heeft je gebracht waar je nu bent. Als je echt iets wilt veranderen, moet dat gedrag ook veranderen. Diëten of tijdelijk trainen is niet genoeg. Je zult jezelf nieuwe patronen moeten aanleren – vriendelijk, maar duidelijk.

Opdracht: het contract met jezelf
– Maak vandaag je eigen commitment-contract.
Noteer:
• Wat is je doel?
• Waarom is dit belangrijk voor je?
• Wat ga je concreet doen?
• Wat mag je gevoel even niet bepalen?
• Wat zeg je jezelf als je toch in de verleiding komt?

Hang het ergens waar je het dagelijks ziet. En onthoud: je verstand is je beste coach – laat ‘m spreken.