Posted on

Stel grenzen

verantwoordelijkheid nemen

Heb je wel eens het gevoel dat je verantwoordelijk bent voor alles en iedereen? Alsof je iedereen tevreden moet houden? Dat kan behoorlijk uitputtend zijn. Onthoud: in een volwassen wereld ben jij alleen verantwoordelijk voor je eigen keuzes en de gevolgen daarvan. En dat is al genoeg.

Sommige mensen schuiven hun problemen af op anderen, terwijl anderen juist de neiging hebben de last van de hele wereld te dragen. Beide uitersten werken niet. Wie alles buiten zichzelf legt, ziet niet welk aandeel hij of zij zelf heeft in een situatie. Daardoor is er weinig ruimte voor persoonlijke groei en kan een probleem zich blijven herhalen, in steeds andere vormen.

Wie juist te veel verantwoordelijkheid draagt, raakt vroeg of laat uitgeput. Je kunt simpelweg niet iedereen tevreden houden. Natuurlijk is het belangrijk om rekening te houden met anderen en hen niet te schaden met je keuzes. Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden. Maar dat betekent niet dat je verplicht bent dingen te doen die je eigenlijk niet wilt, alleen omdat iemand dat van je verwacht of eist.

Als je voortdurend voorbijgaat aan je eigen grenzen en behoeften, ontstaat er wrijving. Je raakt geïrriteerd, hebt geen energie meer om te geven of gaat de kantjes ervan aflopen. Uiteindelijk kan dat je zelfs worden verweten. Daarom is het essentieel om tijdig je grenzen te herkennen én aan te geven.

Begin bij jezelf: wat vind je acceptabel en wat niet? Hoe zou je het liever zien? Bedenk dat je altijd het recht hebt om ‘nee’ te zeggen, van gedachten te veranderen of te stoppen met iets – zolang er geen afspraken of contracten in de weg staan.

Hoe anderen daarop reageren, ligt niet in jouw macht. Je kunt de aanleiding zijn van iemands teleurstelling of irritatie, maar hun emoties zijn niet jouw verantwoordelijkheid. Wat je wél kunt doen, is begrip tonen en – als dat passend is – excuses aanbieden. Dat kan helpen om de relatie goed te houden.

Het gaat erom dat jij bepaalt hoe je met de situatie omgaat. Heb je last van hoe iemand op jou reageert? Dan kun je ervoor kiezen het gesprek aan te gaan. Luister daarbij echt naar de ander en bepaal voor jezelf waar je iets mee wilt doen en waar niet. Een volwassen gesprek hoeft niet lastig te zijn, zolang iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid erkent.

Opdracht
Loop jij al langere tijd rond met iets dat je niet durft aan te kaarten op je werk, bij familie of vrienden? Schrijf voor jezelf een plan:
• Bedenk wat er precies speelt en wie of wat er kan veranderen.
• Is het iets waar jij zelf anders mee om kunt gaan, of is het iets waar de ander mee aan de slag moet?
• Maak het bespreekbaar en bekijk de situatie ook vanuit het perspectief van de ander.

Zo laat je merken dat je de ander respecteert, maar geef je ook duidelijk aan dat de huidige situatie voor jou niet werkt. Dat is de eerste stap naar een eerlijker en gezonder evenwicht.

Posted on

Moeten of kiezen?

moeten of kiezen

Hoe vaak zeg jij op een dag: “Ik moet nog…”?
Ik moet nog even opruimen.
Ik moet werken.
Ik moet die ene persoon nog bellen.

Zonder dat je het doorhebt, leg je jezelf allerlei verplichtingen op. Maar zijn het écht verplichtingen? Of zijn het keuzes die je maakt – soms uit gewoonte, soms uit overtuiging?

Vraag jezelf eens af: van wie moet ik dit eigenlijk? Vaak is het antwoord: van niemand. Alleen van jezelf.

De gewoonte van ‘moeten’
Het zit diep ingebakken: het gevoel dat je van alles moet. En voor je het weet ben je besmet met het ‘ik moet’-virus. Misschien herken je het wel – je betrapt jezelf op gedachten als:
– Ik moet echt meer sporten
– Ik moet gezonder eten
– Ik moet die klus eindelijk afronden

Maar wat moet je nou écht? Als je het terugbrengt naar de kern, zijn het basale dingen als ademen, eten, slapen, bewegen, liefde geven en ontvangen. De rest? Dat zijn keuzes, wensen of verwachtingen – die vaak uit jezelf komen.

Wanneer wordt ‘moeten’ te veel?
Je vraagt te veel van jezelf als het je begint te belemmeren. Als je doelen stelt die niet realistisch zijn of die niet eens bij je passen. Misschien vind je dat je slanker moet zijn, terwijl je genetisch gezien altijd wat steviger gebouwd zult blijven. Of je ‘moet’ altijd presteren, altijd doorgaan – terwijl je lichaam en geest iets anders aangeven. Zulke opgelegde eisen kunnen je uitputten en je gevoel van eigenwaarde ondermijnen. Want telkens als je iets van jezelf ‘moet’ en je komt er niet aan toe, voelt het als falen.

Accepteren brengt rust
Wanneer je leert accepteren dat je niet alles hoeft, valt er een last van je schouders. Je zet daarmee een streep door het onzichtbare to-do lijstje in je hoofd. Door te stoppen met ‘moeten’, geef je jezelf ruimte om opnieuw te kijken: wat wil ik eigenlijk? En wat past er bij míj, op dit moment in mijn leven? Soms is accepteren krachtiger dan forceren. Het maakt je niet minder ambitieus, het maakt je vrijer.

Reflectie-opdracht
Pak een pen en papier of open een notitie op je telefoon.
1. Schrijf op: alle dingen die je van jezelf ‘moet’.
2. Ga na: welke dingen zijn écht noodzakelijk?
3. Verdeel de rest in drie categorieën:
– Automatiseren: Kan dit eenvoudiger of door een systeem geregeld worden?
– Delegeren: Kan iemand anders dit overnemen?
– Verwijderen: Wat gebeurt er als ik dit gewoon niet meer doe?

Deze oefening helpt je om bewuster te kiezen in plaats van automatisch te moeten. En dat brengt overzicht én rust.

Je hoeft niet alles te dragen. Je mag ook gewoon zijn.

Posted on

Zelfeffectiviteit: geloof in eigen kunnen

touw

Zelfeffectiviteit, of self-efficacy, is een term geïntroduceerd door de Canadees-Amerikaanse psycholoog Albert Bandura. Het verwijst naar de persoonlijke overtuiging in het eigen vermogen om in een specifieke situatie te presteren en gewenste resultaten te behalen. Met andere woorden: voel jij je competent? Volgens Bandura speelt zelfeffectiviteit een cruciale rol bij motivatie en duurzame gedragsverandering.

Hoewel zelfeffectiviteit lijkt op zelfvertrouwen, is het niet hetzelfde. Zelfvertrouwen is een bredere term die verwijst naar het algemene geloof in jezelf. Zelfeffectiviteit is daarentegen specifieker en afhankelijk van de context. Je kunt bijvoorbeeld een hoge zelfeffectiviteit ervaren in je werk, maar onzeker zijn over je sportprestaties.

Doelen bereiken
Het stellen van concrete, haalbare doelen (SMART-methode) helpt bij het ontwikkelen van de vaardigheden die nodig zijn om deze doelen te bereiken. Toch kan het zijn dat je ondanks motivatie twijfelt aan je eigen effectiviteit. Dit kan te maken hebben met:
• Onrealistische doelstellingen.
• Mislukte pogingen in het verleden.
• Onduidelijkheid over de benodigde vaardigheden.

In zulke gevallen kan een coach of trainer helpen bij het inzichtelijk maken van de stappen die nodig zijn om je doel te bereiken. Heb je geen professionele begeleiding tot je beschikking? Dan kun je zelf aan de slag met onderstaande strategieën.

Zelfeffectiviteit vergroten
Wanneer je helder hebt wat er nodig is, neemt je zelfeffectiviteit vaak toe en kom je sneller in actie. Als je nog twijfelt, helpt het om terug te kijken op je ervaringen. We hebben de neiging om vooral te focussen op het eindresultaat (succes of falen), zonder stil te staan bij de rol die we zelf in het proces speelden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je succes had dankzij externe factoren zoals geluk, of dat je ondanks een mislukking effectief hebt gehandeld maar pech had.

Door bewust terug te blikken op je eigen bijdrage, kun je je zelfeffectiviteit vergroten. Ga daarom met de volgende vragen aan de slag:
1. Succesmomenten: welke successen heb je in het verleden behaald? Kun je voorbeelden bedenken waarin je effectief was, zowel in soortgelijke als andere situaties?
2. Leerervaringen: wanneer was je niet succesvol, maar toch effectief in je aanpak?
3. Aanpak: wat heb je toen precies gedaan?
4. Duur: hoe lang hield je dit vol?
5. Effectiviteit: wat werkte goed?
6. Toepassing: kan je dit vaker inzetten? Zo ja, hoe?
7. Uitdagingen: wat belemmert je om hier vaker gebruik van te maken?
8. Vereisten: wat heb je nodig om dit in de praktijk te brengen?

Opdracht: bouw je zelfeffectiviteit op
Pak een notitieboek of je telefoon en schrijf de antwoorden op bovenstaande vragen op. Maak een plan waarin je beschrijft hoe je jouw effectiviteit kunt benutten om je doelen te bereiken. Zet concrete acties op papier en ga ermee aan de slag. Succes!

Posted on

Hoe omgaan met angst

angst

Stress is vaak niets anders dan een uiting van angst. Wanneer we ons dit realiseren, wordt het eenvoudiger om de oorzaken van stress te herkennen. Angst voor verlies—of dat nu liefde, goedkeuring, geld, verandering of eenzaamheid betreft—is een veelvoorkomende bron van stress. Stress ontstaat doorgaans wanneer we het gevoel hebben méér te moeten dan we aankunnen, wanneer we overvraagd worden door verwachtingen van onszelf of anderen.

Ons lichaam reageert hierop met fysieke veranderingen: een verhoogde hartslag, een hogere bloeddruk en een verminderde werking van het immuunsysteem. In zo’n toestand is intrinsieke motivatie—het verlangen dat van binnenuit komt—vaak ver te zoeken. We zijn vooral bezig met voldoen aan verwachtingen, vanuit de angst om niet genoeg te zijn of tekort te schieten. Maar wat als we leren die angsten los te laten?

Het verminderen van stress begint met het accepteren van jezelf en de situatie zoals deze is. Dit betekent het loslaten van controledrang en het omarmen van het idee dat we eigenlijk niets écht onder controle hebben. Dit kan in eerste instantie beangstigend zijn, maar tegelijkertijd werkt het bevrijdend. Vertrouwen is hierbij de sleutel. Leven vanuit ontspanning, passie en vertrouwen stelt ons in staat te floreren, terwijl overleven vanuit angst ons gevangen houdt.

Het moment dat we écht verandering aanbrengen, komt vaak wanneer stress een onhoudbare situatie is geworden. Denk aan een burn-out: voor velen een keerpunt waarbij ze besluiten het roer om te gooien. Maar waarom wachten tot het zover is? Het is mogelijk om eerder te leren loslaten en te vertrouwen dat zelfs moeilijke momenten bijdragen aan vooruitgang.

Vertrouwen in je eigen leervermogen is essentieel. Angst groeit als je eraan vasthoudt, maar hoop en vertrouwen groeien net zo goed als je daarin investeert. Wat je regelmatig doet, wordt sterker—dit geldt voor zowel angst als moed. Hoe meer je oefent met vertrouwen, hoe meer ruimte er ontstaat om vanuit rust en kracht te leven.

Opdracht: zet angst om in vertrouwen
Neem vandaag even de tijd om na te denken over een situatie waarin je stress ervaart. Stel jezelf de volgende vragen:
1. Wat is mijn grootste angst in deze situatie?
2. Hoe reëel is deze angst? Wat is het ergste dat kan gebeuren?
3. Welke acties kan ik nemen die gebaseerd zijn op vertrouwen in plaats van angst?

Schrijf je antwoorden op en kies één kleine actie die je deze week kunt ondernemen om stap voor stap meer vanuit vertrouwen te leven. Deel je ervaring eventueel met iemand die je vertrouwt.

Posted on

Structuur die aansluit bij onze gewoontes

triggers

Mensen zijn geen robots, maar gewoontedieren. Een groot deel van ons gedrag, zo’n 95%, gebeurt automatisch: dit noemen we gewoontes. Hoe automatisch een handeling is, verschilt per taak of situatie. Het veranderen van gewoontes, of dit nu gaat om aanleren of afleren, kan een uitdaging zijn. Vaak worden gewoontes versterkt door onze (sociale) omgeving, waarin patronen zich herhalen. Deze omgeving zit vol triggers die bepaald gedrag uitlokken. Bij ongewenste gewoontes zien we deze triggers vaak als een obstakel.

Een voorbeeld
Stel, je rijdt na je werk altijd langs hetzelfde tankstation en koopt daar een pakje sigaretten. In dit patroon is de route langs het tankstation een trigger, die leidt tot een ongewenste gewoonte: het kopen van sigaretten.

Positieve triggers voor meer structuur
Triggers kunnen echter ook in jouw voordeel werken. Neem bijvoorbeeld je slaapritme: door elke avond op dezelfde tijd naar bed te gaan en elke ochtend op dezelfde tijd op te staan, creëer je een patroon dat door positieve triggers wordt ondersteund. Het geluid van je wekker of een vast tijdstip kan je helpen om dit ritme vol te houden.

Door bewust gebruik te maken van positieve triggers, kun je gewenst gedrag makkelijker ontwikkelen en vasthouden. Hoe meer van deze vaste triggers je in je dagelijkse leven integreert, hoe meer structuur je creëert die aansluit bij jouw natuur als gewoontedier.

Opdracht: vind jouw triggers
Denk na over de triggers in je leven. Welke kunnen je helpen om meer structuur aan te brengen? Maak gebruik van bestaande triggers of bedenk nieuwe die je gedrag ondersteunen.

Voorbeeld van een bestaande trigger
Na het afsluiten van je werkdag (bestaande trigger) trek je je sportkleding aan en ga je sporten (gewenst gedrag).

Voorbeeld van een nieuwe trigger
Na je wekelijkse sportsessie op maandag (nieuwe trigger, aangenomen dat je dit nog niet doet) doe je meteen de boodschappen voor de rest van de week (gewenste activiteit).

Aan jou de taak
• Identificeer ten minste drie triggers die je kunt inzetten om structuur in je leven te brengen.
• Schrijf per trigger op welk gewenst gedrag of welke activiteit je eraan wilt koppelen.
• Test jouw triggers deze week uit en ontdek wat voor jou het beste werkt!

Posted on

Copingstijlen

bloem

Een chronische aandoening heeft veel invloed op het leven. Je wordt belemmerd in allerlei dagelijkse activiteiten en dat maakt het leven soms heel zwaar. Toch vinden we manieren om door te gaan en het draaglijk te maken. Dit doen we door ons een zogenaamde copingstijl toe te eigenen.

Coping is een begrip uit de psychologie, waarmee de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat, wordt bedoeld. Vaak in meer acute situaties.

Typen copingstijlen
Mensen hanteren bewust en onbewust verschillende stijlen die je als meer gezond of juist meer ongezond zou kunnen bestempelen. Er zijn grofweg zeven copingstijlen, ingedeeld in probleemgerichte coping en emotiegerichte coping. Bij probleemgerichte coping probeer je het probleem op te lossen, bij emotiegerichte coping probeer je de gevoelens die het probleem veroorzaakt te veranderen. Of een stijl gezond of juist ongezond is, hangt van de context af. Emoties uiten is in de meeste gevallen nuttig en leidt vaak tot verlichting, zolang je jezelf of anderen daar niet mee schaadt. Aan de andere kant kunnen geruststellende gedachten ook doorslaan. Als je vindt dat het altijd erger is voor een ander, kun je op een gegeven moment vinden dat wat jij mankeert niets voorstelt, met als gevolg het degraderen van jezelf.

Het is normaal dat je meerdere copingstijlen hebt, misschien zijn er enkele of is er één die je vaker bij jezelf herkent. Niet iedere stijl is altijd effectief, daarom is het hebben van meerdere stijlen nuttig, overwegend uit de categorie oplossingsgerichte coping.

Oplossingsgericht betekent hier niet dat je het probleem, bijvoorbeeld een chronische aandoening, (altijd) op kunt lossen. Maar misschien kan er een stijl gevolgd worden uit deze categorie die goed is voor jou en goed is voor je omgeving. Anders gezegd een gezonde copingstijl die leidt tot acceptatie, (zelf) compassie, verminderen van negatieve emoties en daardoor verzachtende omstandigheden.

Voorbeelden
Ongezonde coping: wanneer je van nature mensen vermijdt als je niet lekker in je vel zit, waardoor je je uiteindelijk nog rotter gaat voelen.
Gezonde coping: kun je dan in het vervolg sociale steun zoeken?

Ongezonde coping: wanneer je jezelf de schuld geeft van iets wat gebeurd was, waardoor de situatie nog vervelender wordt.
Gezonde coping: kun je dan proberen zelfcompassie te hebben, door de situatie te aanvaarden en vervolgens vriendelijk te zijn voor jezelf?

Deze voorbeelden geven je misschien wat richting, maar bedenk dat een copingstijl persoons- en situatiespecifiek is. Coping gaat niet over opgeven, maar over doorgaan met het leven, het vereist actie, hoe klein en hoe zwaar ook.

Opdracht:
Welke ongunstige copingstijl(en) herken je bij jezelf en zou je willen veranderen?
Welke copingstijl(en) zou je je eigen willen maken? Wat levert het je op?
Wat is de uitdaging om deze copingstijl(en) eigen te maken?
Wat heb je nodig om het te bereiken?

Posted on

Herstellen na een blessure

blessure

Een (sport)blessure kan ontstaan door verschillende oorzaken, zowel intern (zoals aanleg of conditie) als extern (bijvoorbeeld slecht materiaal of de omgeving). Een goede warming-up en het volgen van een trainingsschema kunnen veel blessures voorkomen. Het is essentieel om kwalitatieve materialen te gebruiken en niet te overhaast te trainen. Vermoeidheid tijdens het sporten verhoogt het risico op blessures, vooral als bewegingen niet meer correct worden uitgevoerd.

Indien een blessure optreedt, zijn er drie herstelfasen, waarvan de duur afhangt van het getroffen weefsel (spieren, pezen, botten, enz.). De eerste fase, de ontstekingsfase, duurt van 48 uur tot 10 dagen en kenmerkt zich door roodheid, warmte en zwelling. Rust is in deze fase cruciaal.

In de tweede fase, die 6 tot 10 weken kan duren, begint het weefsel te genezen. Het is belangrijk om in deze periode geleidelijk de normale bewegingen te hervatten. Activiteiten zoals wandelen en fietsen worden aangemoedigd omdat ze het herstel kunnen versnellen. Specifieke oefeningen zijn niet altijd noodzakelijk als het herstel goed verloopt.

Na de acute fase kun je de dagelijkse activiteiten rustig aan weer opbouwen en je pijn niveau monitoren. Gebruik een pijn schaal van 0 tot 10, waarbij 0 geen pijn betekent en 10 extreme pijn. Activiteiten kunnen doorgaan zolang de pijn onder de 4 blijft. Bij een score van 5 of hoger is het verstandig om de intensiteit te verminderen.

Pas 10-12 weken na de blessure kun je beginnen met het hervatten van intensievere trainingen, idealiter onder begeleiding van een trainer of coach.

Opdracht
Ben je in de fase van het heropbouwen van je training? Monitor tijdens een trainingssessie je pijn op een schaal van 0 tot 10. Word je bewust van welke oefeningen goed gaan en bij welke het beter is om een stap terug te doen.

Posted on

Gevoel of verstand?

appels

In het leven zijn er momenten waarop je moet kiezen tussen luisteren naar je gevoel of je verstand gebruiken. Hier zijn enkele belangrijke stappen om je te helpen je doelen te bereiken:

1. Beslis om je doelen te behalen.
2. Houd je aan je plan.
3. Maak een afspraak met jezelf en neem de tijd om hierover na te denken.

Stel jezelf de vraag: hoe belangrijk is het voor mij om mijn doel te bereiken? Ben ik bereid om soms ‘nee’ te zeggen? Bijvoorbeeld ‘nee’ tegen een stuk taart of ‘nee’ tegen de verleiding om lui op de bank te liggen. Bedenk dat ‘nee’ zeggen maar tijdelijk is. Je zegt ‘nee’ tegen iets nu, maar later kun je wel genieten als je je doel hebt bereikt.

Gevoel versus verstand
Om je doelen te bereiken, moet je soms met je verstand over je gevoel heersen. Je gevoel kan zeggen dat je te moe bent of honger hebt. We zijn gewend om naar deze sterke signalen te luisteren. Vroeger was het belangrijk om te eten wanneer het kon, omdat je niet wist wanneer er weer eten zou zijn. Onze instincten zijn gericht op het ‘nu’. Maar in de wereld van vandaag is het belangrijk om niet altijd aan deze drang toe te geven. Te veel eten en te weinig bewegen is niet goed voor onze gezondheid op lange termijn.

Je verstand helpt je om plannen te maken voor later. Soms moet je leren niet meteen toe te geven aan je gevoel. Als je bijvoorbeeld overgewicht hebt of je conditie is niet goed, dan heb je misschien te vaak toegegeven aan je gevoel. Het is tijd om je gedrag te veranderen. Snel afvallen zonder je gedrag te veranderen werkt niet, want dan val je terug in oude gewoontes.

Opdracht: Neem een moment om na te denken over een doel dat je echt wilt bereiken. Schrijf dit doel op een papier en maak een lijst met stappen die je gaat nemen om dit doel te bereiken. Denk na over de momenten waarop je normaal naar je gevoel zou luisteren en bedenk hoe je je verstand kunt gebruiken om die momenten te overwinnen.

Posted on

Motivatie! Wat drijft jou?

schot op jouw doel

Motivatie is de drijfveer die ervoor zorgt dat een gesteld doel kan worden bereikt. Het kan komen van binnenuit (intern) of van buitenaf (extern). Iedereen die besluit te gaan afslanken is op een bepaalde manier en in een bepaalde mate gemotiveerd. Bij interne motivatie zal het uiteindelijk ondernemen van actie van binnenuit komen. Bijvoorbeeld iemand die zich in de zomer zelfverzekerder wil voelen op het strand of de sporter die in een bepaalde gewichtsklasse wil uitkomen.

Externe motivatie is het tegenovergestelde. Je moet bijvoorbeeld afslanken van de huisarts vanwege gezondheidsredenen. Of je partner dringt er dusdanig op aan dat een afslankpoging wordt gestart. Interne motivatie is aanzienlijk effectiever dan externe motivatie. Een afslankpoging bij extern gemotiveerde personen zal in veel gevallen niet succesvol blijken op de lange termijn.

Korte en lange termijn motivatie
Voldoende mate van interne motivatie in combinatie met de juiste strategie is de juiste mix voor succes.
Het begrip motivatie kan gesplitst worden in korte termijn en lange termijn motivatie. De korte termijn motivatie zal aanwezig moeten zijn om überhaupt ergens mee te beginnen. De lange termijn motivatie vergt een veel hogere graad van de interne motivatie. Op de weg naar het uiteindelijke doel zal je verleidingen tegenkomen. De stroopwafel op de markt, het gebakje bij een verjaardag, de borrel bij een feestje. Allemaal verleidingen die bevrediging geven op korte termijn. Is je motivatie sterk genoeg om de korte termijn bevrediging (lekker, gezellig) meestal te weerstaan, zodat de lange termijn doelstelling (slanker, gezonder) kan worden bereikt?

Moeite, verbondenheid en strategie
Zowel de korte als de lange termijn motivatie om af te slanken is gebaseerd op drie elementen:
> de moeite die je ervoor over hebt om het gestelde doel te bereiken,
> de verbondenheid met het gestelde doel
> en de afslankmethode die je hebt gekozen om het gestelde doel te bereiken (strategie).

De invloed van de eerste twee elementen, de moeite ofwel de persoonlijke inzet die je ervoor over hebt en de verbondenheid, is bij iedereen verschillend. Het slagingspercentage bij een afslankpoging zal dan ook per individu verschillen.
De verbondenheid met het doel hangt eveneens nauw samen met de interne motivatie. Hoe meer je je verbonden voelt met het doel, hoe sterker de interne motivatie. Met andere woorden: hoe belangrijk vind je het zelf om je doel te bereiken?

Posted on

Geen tijd

zandloper

“Het is heel erg jammer en ik zou het graag anders willen, maar ik heb echt geen tijd!”
Van de mensen die stoppen met sporten bij een sportschool verklaart tweederde dat dit komt door tijdsgebrek. Deze mensen krijgen het niet voor elkaar om 4 uur in de week tijd vrij te maken om te werken aan eigen gezondheid of andere persoonlijke doelen.
Het is gek, want uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2010 blijkt dat de Nederlander gemiddeld zo’n 30 uur vrij te besteden tijd in de week heeft. Nu zijn er misschien wel periodes in je leven waarin het vinden van tijd moeilijker is, maar als je goed zoekt lukt het altijd om tijd te vinden om te bewegen! Dat je geen tijd over hebt kan aan verschillende dingen liggen:

Geen prioriteit
Als sporten achteraan staat in het lijstje van dingen die je kunt doen, zal je er niet aan toekomen. Wellicht een goed idee om nog eens stil te staan bij waarom je eigenlijk wilde sporten, wat je wilde bereiken en hoe belangrijk dit voor je is.

Timemanagement
Een andere reden dat mensen niet aan het sporten toekomen heeft te maken met je agenda. Amerikanen gebruiken de uitdrukking: ‘Failing to plan is planning to fail’. Als je geen planning maakt dan plan je de mislukking. Deze uitdrukking heeft te maken met timemanagement. Fitness is voor veel mensen een sport die ze willen beoefenen, omdat de tijden dat je kunt sporten vrij te kiezen zijn. Maar als je de tijden dat je wilt sporten niet een plekje in je agenda geeft, dan zal je merken dat je agenda zich gemakkelijk vult met allerlei zaken en dat je er op vrijdag achter komt dat je helemaal niet aan het sporten bent toegekomen.

Time-management goeroe Stephen Covey heeft een effectieve methode ontwikkeld die er voor zorgt dat je toekomt aan de dingen die belangrijk voor je zijn. Hij maakt daarbij onderscheid in taken, in de mate waarin ze urgent zijn (dat wil zeggen: direct je aandacht vragen) en de mate waarin ze belangrijk zijn (belangrijk voor jou leven gezondheid en doelen die je wilt bereiken). Het blijkt namelijk dat we veel tijd verliezen met zaken die niet belangrijk zijn maar wel urgent. Een voorbeeld van een urgent, maar niet net zo belangrijke gebeurtenis is iemand die je belt om een afspraak te maken om iets leuks te gaan doen. Als de telefoon gaat is dit voor de meeste mensen urgent, je bent geneigd om er direct op te reageren, op zo’n manier kun je de hele dag bezig blijven met reageren op urgente dingen zonder dat je aan belangrijke dingen toekomt.

Oefening: Maak eens een lijst met alle activiteiten die je op een dag te doen hebt. Ga daarna bij iedere activiteit na of die wel of niet ‘urgent’ is en wel of niet ‘belangrijk’. Neem nu een vel papier waarop je een kruis tekent (afbeelding) en zet vervolgens alle taken in kwadrant 1 t/m 4. Alles wat in het vak ‘urgent’ en ‘belangrijk’ valt moet gedaan worden.

Alles wat in het vlak ‘niet urgent, wel belangrijk’ valt verdient de speciale aandacht. Hier staan de belangrijke dingen in, die te maken hebben met de richting die je op gaat in het leven en de keuzes die je maakt (carrière planning, studie, sporten, gezondheid). Dit zijn de dingen die om een planning vragen. Schrijf deze in je agenda en plan de rest er omheen. Op alles wat onbelangrijk en niet urgent is kun je makkelijk bezuinigen. Het lezen van nieuwsbrieven, Facebook updates, als je tijd tekort komt…. schrappen! Doe het niet en beheers jezelf.

Alles wat ‘onbelangrijk en wel urgent’ is probeer je te kanaliseren. Telefoontjes die zomaar tussendoor komen hoef je niet aan te nemen, je kunt een vast moment maken om die te behandelen. Sporten of bewegen voor je gezondheid is haast nooit urgent maar daarentegen wel heel belangrijk. Als je dit niet inroostert en je wilt gaan sporten op het moment dat je er de tijd voor hebt, zal je merken dat er altijd urgente dingen voor zijn gegaan en dat je iedere keer aan het einde van de week denkt….’hmmmm ik heb nog niet gesport!’

Taakverdeling in huis
Als je er echt niet uitkomt, kijk dan eens naar de taakverdeling in huis. Komt er heel veel op jouw schouders neer? Zijn er dingen waarbij je hulp zou kunnen vragen? Kleine taakjes in het huishouden, die de kinderen ook prima zelf kunnen doen? Wanneer je uitlegt aan de mensen om je heen en in je huishouden hoe belangrijk het voor jou is om aan het sporten toe te komen, dan is de kans groot dat zij zich bereidwillig op zullen stellen om taken te delen.

Veel sportplezier!