Posted on

Word je dik van suiker?

suiker

Rond de feestdagen krijgt suiker steevast de schuld. “Van suiker word je dik”, hoor je overal. Maar zo simpel is het niet. Suiker is geen magische vetmaker. Wat telt, is het totaalplaatje.

Kort door de bocht: wat is suiker?
Suiker (sucrose) is een koolhydraat en levert, net als andere koolhydraten, 4 kcal per gram. In je lichaam wordt suiker afgebroken tot glucose en fructose. Glucose is essentieel: je hersenen draaien er volledig op. Zonder glucose geen leven.

Bloedsuiker, insuline en vetopslag
Na het eten stijgt je bloedsuiker en maakt je lichaam insuline aan. Dat helpt glucose naar spieren, lever en – als het nodig is – vetcellen te brengen. Later, wanneer je beweegt of sport, wordt die energie weer vrijgemaakt. Zolang je energiebalans over de dag klopt, wordt maar een heel klein deel van glucose omgezet in vet.

Maakt suiker dikker dan andere koolhydraten?
Nee. Een gram suiker levert net zoveel energie als een gram “langzame” koolhydraten. Ook snelle stijgingen in bloedsuiker of insuline maken je niet automatisch dik. Eiwitten zorgen óók voor een insulinerespons en daar worden we niet ineens dik van.

Waar gaat het dan wél mis?
Suikerrijke producten eten makkelijk weg en verzadigen slecht. Daardoor eet je er vaak meer van dan je van plan was. Niet de suiker zelf, maar structurele overconsumptie zorgt voor gewichtstoename. Zeker rond kerst, met overvloed, gezelligheid en emotie-eten, ligt dat risico hoger.

Praktische tips:
Je hoeft suiker niet te verbannen, maar wel bewust te kiezen:
• Minder zoete snacks en frisdrank.
• Meer eiwit- en vezelrijke maaltijden.
• Eet met aandacht (niet gedachteloos voor een scherm).
• Geniet, maar niet de hele dag door.

De kern
Je kunt suiker eten en toch afvallen. Suiker maakt niet dik. Te veel eten, te vaak en te weinig bewust wél.

Posted on

Leeftijd en herstel van (kracht)training

herstel van krachttraining

Bewegen wordt met de leeftijd niet makkelijker, maar hoe slecht is veroudering nu echt voor je herstel? In een recente studie vergeleken de onderzoekers hoog competitieve atleten van ongeveer 22 jaar met atleten van rond de 52 jaar. De atleten voerden 10 sets van squats uit.

Op basis van een reeks biomarkers voor spierschade en ontsteking concludeerden de onderzoekers dat “jonge en oudere atleten die aan krachttraining doen en hetzelfde prestatieniveau hebben, een vergelijkbare mate van spierschade vertoonden.”

Deze bevindingen sluiten aan bij een eerder onderzoek over het effect van leeftijd op spierherstel herstel. De meeste studies vonden geen verminderd herstel bij oudere ten opzichte van jongere personen. De verschillen die wel bestaan, worden grotendeels verklaard door het feit dat oudere personen in slechtere conditie zijn door een gebrek aan beweging, en niet door hun leeftijd. Dit onderzoek weerlegd dus dat veroudering gepaard zou gaan met een verminderd herstel van training.

Er zijn uiteraard grenzen. Ander recent onderzoek liet zien dat bij mensen van 65 jaar en ouder meerdere tekenen van een verminderd herstelvermogen aanwezig zijn, al zijn de effecten lang niet zo duidelijk als veel mensen vreesden. De meest uitgesproken problemen zitten in het bindweefsel, niet in de spieren.

Alles bij elkaar is leeftijd inderdaad vooral een getal, zeker als dat getal onder de 65 ligt. Het lichaam van de gemiddelde 50-jarige is niet achteruitgegaan door leeftijd, maar door decennia van slechte voeding en een gebrek aan fysieke activiteit. “Use it or lose it”.

Posted on

Veranderingen in voedingsadviezen

peulvruchten

De Gezondheidsraad heeft een deel van de Richtlijnen goede voeding herzien: er zijn nieuwe aanbevelingen voor eiwitbronnen als peulvruchten en vlees. Het Voedingscentrum gebruikt deze richtlijnen in de Schijf van Vijf.

Naast de Richtlijnen goede voeding verwerkt het Voedingscentrum in de Schijf van Vijf meer informatie, zoals de voedingsnormen en randvoorwaarden voor duurzaamheid en voedselveiligheid. Daarmee maakt het Voedingscentrum kaders voor iedereen in Nederland en de vele verschillende eetvoorkeuren, van vlees tot vegetarisch en meer.

In april 2026 komt het Voedingscentrum met een doorontwikkelde Schijf van Vijf. Daarin komen alle nieuwe wetenschappelijke inzichten samen tot een gezond, duurzaam en veilig eetpatroon waarmee je alle benodigde voedingsstoffen en energie binnenkrijgt. De Gezondheidsraad legt in de nieuwe richtlijnen de nadruk op meer plantaardig eten, voor de gezondheid van mens en planeet. Richtlijnen over andere productgroepen, zoals graanproducten, groente en fruit, volgen later.

Impact Schijf van Vijf
De Schijf van Vijf biedt op dit moment al ruimte om veel plantaardig te eten. Naar aanleiding van het Gezondheidsraad-advies zal het minimum aan peulvruchten omhooggaan, en het maximum aan vlees omlaaggaan.

Het Voedingscentrum verwerkt in de Schijf van Vijf meer dan alleen de Gezondheidsraad-adviezen. Zo laten ze straks nog beter zien wat alle mogelijkheden zijn met de Schijf van Vijf. Dat maakt het makkelijker om keuzes te maken, bijvoorbeeld als je vega(n) eet.

Wat zeker is: de Schijf van Vijf blijft herkenbaar met vijf vakken. De hoofdadviezen zijn actueel en blijven dat ook. Voor veel mensen is het bijvoorbeeld al een mooie stap als het lukt om maximaal 300 gram rood vlees te eten of één keer per week peulvruchten, zoals het huidige Schijf van Vijf-advies is. De hoeveelheden die worden geadviseerd veranderen mogelijk, maar de stappen die mensen kunnen zetten richting een gezond en duurzaam eetpatroon blijven dezelfde.

Posted on

Je verbrandt meer dan je denkt

meer bewegen

In het dagelijks leven gebruikt je lichaam voortdurend energie. Zelfs als je slaapt, is je lichaam continu aan het werk: ademen, herstellen, je hart laten pompen, je hersenen actief houden, je eten verteren… alles kost energie. Dat basisverbruik noemen we het basaal metabolisme. Daarnaast verbrand je energie door alles wat je doet op een dag: je dagelijkse handelingen én je trainingen of sportmomenten.

Wat veel mensen vergeten, is dat vooral de dagelijkse activiteiten, de dingen die we bijna automatisch doen, een grote invloed hebben op hoeveel energie je totaal verbrandt. Dit noemen we ADL: Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen.

Denk aan eten en drinken, jezelf aankleden, lopen, spullen opruimen, naar het toilet gaan, schoonmaken, praten, in en uit bed stappen, hobby’s doen, met mensen omgaan…

Al deze bewegingen bij elkaar zorgen voor een groter energieverbruik dan je vaak beseft. Hoeveel jij per dag verbrandt, hangt daarbij af van factoren zoals je conditie, je lichaamssamenstelling, je energieniveau en zelfs je stemming.

Een opvallend patroon: op dagen dat mensen trainen, worden ze buiten dat uur in de gym vaak minder actief. Ze zitten meer, bewegen minder of “bewaren energie”. Het gevolg? Het extra verbruik van de training wordt soms volledig opgeheven door minder bewegen gedurende de rest van de dag.

In zo’n situatie kun je beter de trap eens extra nemen, vaker opstaan van je stoel, je huis even opruimen, lopen terwijl je belt of meebewegen op de muziek die aanstaat. Deze kleine bewegingen – elke dag weer – stapelen op en dragen enorm bij aan je totale energieverbruik.

Zie sporten vooral als iets dat je doet voor je gezondheid, kracht, mobiliteit en mentale welzijn. Voor meer energieverbruik geldt: meer bewegen door de dag heen is vaak effectiever dan één intensief uur trainen.

Opdracht
Observeer vandaag je eigen ADL. Kies één moment waarop je normaal stilzit en vervang dit door beweging. Bijvoorbeeld:
• tijdens bellen rondlopen.
• na elk uur zitten 2 minuten bewegen.
• voor elke maaltijd 20 squats of een korte huishoudelijke taak.
• muziek aanzetten en één liedje lang meebewegen.

Noteer aan het eind van de dag wat je hebt aangepast en hoe het voelde. Morgen kies je weer één extra moment. Zo bouw je je dagelijkse verbranding stap voor stap op.

Posted on

Slapen op zondagavond

slapen

Het weekend zit erop. Je hebt genoten, even afstand genomen van je werk en jezelf wat vrijheid gegund. Op zondagavond ben je goed voorbereid: je tas staat klaar, je outfit ligt klaar, je ontbijt is geregeld — en je besluit op tijd naar bed te gaan om de week fris te beginnen.

Maar zodra je ligt, merk je het al. Je bent niet moe. Je gedachten gaan alle kanten op: wat er morgen op de planning staat, wat je nog moet doen, met wie je nog moet praten. En hoe langer je wakker ligt, hoe meer je je druk maakt over het feit dat je nog steeds niet slaapt. Herkenbaar? Veel mensen hebben op zondagavond moeite om in slaap te vallen. We geven vaak de schuld aan “piekeren over werk”, maar dat is maar een deel van het verhaal.

De sociale jetlag
Uit onderzoek blijkt dat zo’n 40 procent van de mensen op zondag slecht in slaap komt. Dat heeft niet alleen te maken met stress, maar vooral met de zogenaamde sociale jetlag. In het weekend blijf je later op en slaap je uit. Daardoor raakt je biologische klok tijdelijk ontregeld. Op zondagavond wil je lichaam eigenlijk nog niet slapen — het zit nog in het weekendritme.

Wat gebeurt er in je lichaam?
Je slaap wordt gestuurd door twee processen:
• Proces C: je circadiaans ritme, oftewel je interne klok.
• Proces S: je slaapdruk, de behoefte aan slaap die gedurende de dag opbouwt.
In het weekend verschuift deze balans. Je slaapdruk is lager op zondagavond en je interne klok staat nog in ‘avondmodus’. Als je dan vroeg naar bed gaat, lukt het vaak niet om meteen te slapen.

Wat kun je doen?
Probeer in het weekend je slaap- en waaktijden niet te veel te laten afwijken van doordeweeks. Zo blijft je biologische klok beter afgestemd en begin je de week met meer energie. Een uurtje later naar bed kan prima, maar maak er geen drie van.

Opdracht:
Kijk eens naar je afgelopen weekend. Hoeveel uur later ging je slapen dan op een gewone werkdag? En hoe laat stond je op? Noteer het verschil. Bedenk vervolgens één kleine aanpassing voor volgend weekend om het verschil te verkleinen — bijvoorbeeld 30 minuten eerder naar bed of iets eerder opstaan. Voer dit uit en observeer maandagochtend hoe je je voelt.

Posted on

Beweging bij chronische aandoeningen

meer bewegen chronische aandoening

Als je leeft met een chronische aandoening, is bewegen soms het laatste waar je zin in hebt. Vermoeidheid, pijn of angst om klachten te verergeren kunnen drempels opwerpen. Toch blijkt juist bewegen één van de krachtigste ‘medicijnen’ die je zelf in de hand hebt.

Regelmatig bewegen heeft een directe invloed op je energieniveau, stemming, weerstand en slaapkwaliteit. Het stimuleert de bloedsomloop, verlaagt ontstekingswaarden en helpt je lichaam beter omgaan met stress. Zelfs kleine dagelijkse bewegingen – een wandeling, traplopen of rustig rekken – hebben al merkbare effecten.

Belangrijk is dat bewegen niet hetzelfde betekent als sporten. Beweging is alles wat je lichaam uit een statische houding haalt. Dus ook tuinieren of boodschappen doen. Voor mensen met een chronische aandoening draait het om doseren, plannen en luisteren naar je lichaam.

Een goed uitgangspunt is de “10%-regel”: verhoog je activiteit niet met meer dan 10% per week. Zo geef je je lichaam tijd om zich aan te passen. En kies vooral iets wat plezier geeft — want wat je leuk vindt, houd je vol.
De winst zit niet in grote prestaties, maar in de herhaling. Elke keer dat je beweegt, geef je een positief signaal aan je lichaam: ik zorg voor jou.

Opdracht:
Kies één activiteit die jij prettig vindt en plan die drie keer in deze week. Noteer na elke keer kort wat het effect was op je energie en stemming. Bespreek dit eventueel met je coach — samen kun je zoeken naar een balans tussen inspanning en herstel.

Posted on

Beweging: dagelijks medicijn voor energie

dagelijks bewegen

Veel mensen denken dat je pas “beweegt” als je in de sportschool staat of kilometers hardloopt. Maar juist de kleine, dagelijkse bewegingen maken het verschil: traplopen in plaats van de lift, een blokje om na de lunch of de auto wat verder weg parkeren.

Regelmatig bewegen helpt niet alleen om je spieren en gewrichten soepel te houden, maar verbetert ook je stemming, concentratie en slaap. Het activeert je bloedsomloop, verlaagt stress en geeft je immuunsysteem een boost. En het mooiste? Je hoeft er niet eens voor te zweten: elk beetje beweging telt.

Opdracht
Kies vandaag één moment waarop je normaal zou zitten – bijvoorbeeld tijdens het bellen of na het eten – en vervang dat door tien minuten wandelen. Noteer na afloop hoe je je voelt. Doe dit een week lang en kijk wat het je oplevert.

Posted on

Stel grenzen

verantwoordelijkheid nemen

Heb je wel eens het gevoel dat je verantwoordelijk bent voor alles en iedereen? Alsof je iedereen tevreden moet houden? Dat kan behoorlijk uitputtend zijn. Onthoud: in een volwassen wereld ben jij alleen verantwoordelijk voor je eigen keuzes en de gevolgen daarvan. En dat is al genoeg.

Sommige mensen schuiven hun problemen af op anderen, terwijl anderen juist de neiging hebben de last van de hele wereld te dragen. Beide uitersten werken niet. Wie alles buiten zichzelf legt, ziet niet welk aandeel hij of zij zelf heeft in een situatie. Daardoor is er weinig ruimte voor persoonlijke groei en kan een probleem zich blijven herhalen, in steeds andere vormen.

Wie juist te veel verantwoordelijkheid draagt, raakt vroeg of laat uitgeput. Je kunt simpelweg niet iedereen tevreden houden. Natuurlijk is het belangrijk om rekening te houden met anderen en hen niet te schaden met je keuzes. Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden. Maar dat betekent niet dat je verplicht bent dingen te doen die je eigenlijk niet wilt, alleen omdat iemand dat van je verwacht of eist.

Als je voortdurend voorbijgaat aan je eigen grenzen en behoeften, ontstaat er wrijving. Je raakt geïrriteerd, hebt geen energie meer om te geven of gaat de kantjes ervan aflopen. Uiteindelijk kan dat je zelfs worden verweten. Daarom is het essentieel om tijdig je grenzen te herkennen én aan te geven.

Begin bij jezelf: wat vind je acceptabel en wat niet? Hoe zou je het liever zien? Bedenk dat je altijd het recht hebt om ‘nee’ te zeggen, van gedachten te veranderen of te stoppen met iets – zolang er geen afspraken of contracten in de weg staan.

Hoe anderen daarop reageren, ligt niet in jouw macht. Je kunt de aanleiding zijn van iemands teleurstelling of irritatie, maar hun emoties zijn niet jouw verantwoordelijkheid. Wat je wél kunt doen, is begrip tonen en – als dat passend is – excuses aanbieden. Dat kan helpen om de relatie goed te houden.

Het gaat erom dat jij bepaalt hoe je met de situatie omgaat. Heb je last van hoe iemand op jou reageert? Dan kun je ervoor kiezen het gesprek aan te gaan. Luister daarbij echt naar de ander en bepaal voor jezelf waar je iets mee wilt doen en waar niet. Een volwassen gesprek hoeft niet lastig te zijn, zolang iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid erkent.

Opdracht
Loop jij al langere tijd rond met iets dat je niet durft aan te kaarten op je werk, bij familie of vrienden? Schrijf voor jezelf een plan:
• Bedenk wat er precies speelt en wie of wat er kan veranderen.
• Is het iets waar jij zelf anders mee om kunt gaan, of is het iets waar de ander mee aan de slag moet?
• Maak het bespreekbaar en bekijk de situatie ook vanuit het perspectief van de ander.

Zo laat je merken dat je de ander respecteert, maar geef je ook duidelijk aan dat de huidige situatie voor jou niet werkt. Dat is de eerste stap naar een eerlijker en gezonder evenwicht.

Posted on

Vier inzichten die je helpen bij het afslanken

afvallen

Afvallen lijkt soms ingewikkeld, maar vaak draait het om een paar simpele principes. Toch bestaan er veel misverstanden over voeding, beweging en gewoontes. Hieronder vind je vier veelgestelde vragen mét duidelijke antwoorden die jou kunnen helpen op weg naar een gezonder en fitter lichaam.

1. Kun je plaatselijk vet verbranden?
Veel mensen hopen dat ze met buikspieroefeningen alleen hun buikvet kwijt kunnen raken. Helaas werkt het niet zo. Je lichaam kiest zélf welke vetreserves het aanspreekt, en dat gaat verspreid over je hele lijf. Bij vrouwen blijven de heupen vaak langer hardnekkig, bij mannen de buik. Wat wel werkt? Spieren trainen op specifieke plekken. Door bijvoorbeeld je billen, borst en schouders te versterken, geef je je lichaam een strakker en meer in balans uiterlijk. Dat noemen we shapen.

2. Maakt eten na 20.00 uur dik?
Het idee dat je na acht uur ’s avonds niets meer zou mogen eten, is een fabel. Het gaat niet om het tijdstip, maar om de totale energiebalans over de dag. Heb je ’s avonds nog gesport? Dan is het juist slim om daarna iets te eten om te herstellen en je spieren van energie te voorzien. Kies dan wel voor een gezonde optie, zoals fruit of een lichte eiwitsnack.

3. Hoe zit het met alcohol en gewicht?
Een drankje lijkt misschien onschuldig, maar alcohol bevat meer calorieën dan je denkt: ruim 7 per gram. Een glas wijn of bier komt al snel uit op 85 calorieën – net zoveel als een snee brood – maar zonder het verzadigende effect. Bovendien wekt alcohol je eetlust op, waardoor de kans groot is dat je er nog een snack bij pakt. Minder alcohol drinken is dus een slimme keuze als je wilt afslanken én gezond wilt blijven.

4. Heeft snel eten invloed op je gewicht?
Jazeker. Je hersenen hebben ongeveer 20 minuten nodig om te registreren dat je genoeg hebt gehad. Wie snel eet, loopt dus het risico te veel binnen te krijgen voordat dat signaal doorkomt. Goed kauwen helpt bovendien bij de vertering en voorkomt een opgeblazen gevoel. Rustig eten is dus niet alleen gezonder, maar helpt je ook om eerder tevreden te zijn met minder.

Opdracht: Probeer dit eens
Bij je volgende warme maaltijd: zet een kookwekker op 20 minuten. Gebruik die tijd om rustig te eten, goed te kauwen en echt te proeven. Kijk daarna of je sneller een voldaan gevoel hebt dan wanneer je haastig eet.

Posted on

Blijf bewegen!

cardio

Bewegen is essentieel voor een gezond lichaam én een gezonde geest. Al met 30 minuten matig intensieve beweging per dag, zoals stevig wandelen of fietsen, op minimaal vijf dagen per week, verlaag je het risico op allerlei welvaartsziekten.

Ons lichaam is gebouwd om te bewegen – Waarom is dit zo belangrijk:

1. Minder kans op overgewicht
Eet je meer dan je verbrandt, dan slaat je lichaam dit overschot op als vet. Door dagelijks te bewegen, verbruik je meer calorieën. Daarmee houd je makkelijker een gezond gewicht of kun je afvallen.

2. Lagere bloeddruk
Tijdens het bewegen verwijden je bloedvaten, waardoor je bloeddruk daalt. Regelmatig sporten zorgt er bovendien voor dat je lichaam extra bloedvaten aanmaakt. Vooral duursporten hebben een gunstig effect. Let op: heb je een hoge bloeddruk? Overleg dan altijd eerst met je arts voordat je begint met sporten.

3. Betere cholesterolbalans
LDL-cholesterol (‘slecht’ cholesterol) vergroot de kans op hart- en vaatziekten, doordat het vet afzet op de vaatwanden. Beweging verhoogt het HDL-cholesterol (‘goed’ cholesterol), dat helpt om vetophopingen af te breken en de bloedvaten schoon te houden.

4. Minder kans op diabetes type 2
Beweging verhoogt de gevoeligheid van je cellen voor insuline, waardoor suiker beter uit je bloed wordt opgenomen. Dit verlaagt je risico op diabetes en de bijbehorende complicaties. Hoe intensiever je beweegt, hoe groter het effect.

5. Sterkere botten en minder kans op osteoporose
Activiteiten zoals krachttraining, wandelen of cardiotraining geven je botten een kleine ‘schok’. Die belasting stimuleert de botaanmaak en maakt je skelet sterker.

6. Positief effect op je mentale gezondheid
Lichaamsbeweging bevordert de groei van hersencellen, vooral in gebieden die belangrijk zijn voor geheugen en stemming. Dit kan depressieve klachten verminderen en je mentaal veerkrachtiger maken.

7. Lagere kans op darmkanker
Beweging houdt je darmen actief. Daardoor blijft de darminhoud in beweging en vermindert de kans op irritatie van de darmwand, wat het risico op darmkanker aanzienlijk verlaagt.

Opdracht:
Daag jezelf uit en beweeg minstens vijf dagen per week minimaal 30 minuten. Kies een vorm van bewegen die bij je past en houd bij wat je doet. Hoe voel je je na twee weken?