Posted on

Langere hersteltijd bij sets met veel herhalingen

high reps

Veel mensen koppelen lichte gewichten intuïtief aan “makkelijk”, maar als iemand je vertelt dat sets met veel herhalingen (high reps) minder vermoeiend zijn dan sets met weinig herhalingen, dan weet je dat diegene nooit echt serieus high-rep werk heeft gedaan. High-rep training is heel zwaar, vooral bij compoundoefeningen zoals squats. Het voelt alsof je cardio en krachttraining tegelijk doet. Los van de grotere subjectieve inspanning is de neuromusculaire vermoeidheid na training met lagere intensiteit ook hoger, in tegenstelling tot wat veel mensen denken.

De gangbare gedachte is dat low-rep werk het meest vermoeiend is omdat het het centrale zenuwstelsel zwaar belast. Maar onderzoek laat keer op keer zien dat training met lagere intensiteit zorgt voor meer neuromusculaire vermoeidheid, meer krachtverlies en een langere hersteltijd dan training met hoge intensiteit, mits je even dicht bij falen traint. Wat veel mensen in de praktijk niet doen, juist omdat hoge herhalingen enorm slopend kunnen zijn.

High rep werk is op een lagere intensiteit maar qua totaal verplaatst gewicht zit je veel hoger. Als we uitgaan van een gewicht van 100 kg op een oefening. Als iemand drie herhalingen kan uitvoeren zit je op een gewicht van 100 kg x 3 herhalingen = 300 kg. Maar als je voor 30 herhalingen 30 kg kan tillen, dan zit je al op 900 kg. Dus je spieren hebben drie keer zoveel fysiek werk verricht.

En hoewel high rep werk zwaar is voor het neuromusculaire systeem, zijn ze juist minder belastend voor je gewrichten en ander bindweefsel. De keuze tussen hoge of lage herhalingen zou dus voor een belangrijk deel moeten afhangen van wat jouw beperkende factor is: blessures of spierherstel. Hopelijk helpt dit om je eigen keuze te maken!

Posted on

Word je dik van suiker?

suiker

Rond de feestdagen krijgt suiker steevast de schuld. “Van suiker word je dik”, hoor je overal. Maar zo simpel is het niet. Suiker is geen magische vetmaker. Wat telt, is het totaalplaatje.

Kort door de bocht: wat is suiker?
Suiker (sucrose) is een koolhydraat en levert, net als andere koolhydraten, 4 kcal per gram. In je lichaam wordt suiker afgebroken tot glucose en fructose. Glucose is essentieel: je hersenen draaien er volledig op. Zonder glucose geen leven.

Bloedsuiker, insuline en vetopslag
Na het eten stijgt je bloedsuiker en maakt je lichaam insuline aan. Dat helpt glucose naar spieren, lever en – als het nodig is – vetcellen te brengen. Later, wanneer je beweegt of sport, wordt die energie weer vrijgemaakt. Zolang je energiebalans over de dag klopt, wordt maar een heel klein deel van glucose omgezet in vet.

Maakt suiker dikker dan andere koolhydraten?
Nee. Een gram suiker levert net zoveel energie als een gram “langzame” koolhydraten. Ook snelle stijgingen in bloedsuiker of insuline maken je niet automatisch dik. Eiwitten zorgen óók voor een insulinerespons en daar worden we niet ineens dik van.

Waar gaat het dan wél mis?
Suikerrijke producten eten makkelijk weg en verzadigen slecht. Daardoor eet je er vaak meer van dan je van plan was. Niet de suiker zelf, maar structurele overconsumptie zorgt voor gewichtstoename. Zeker rond kerst, met overvloed, gezelligheid en emotie-eten, ligt dat risico hoger.

Praktische tips:
Je hoeft suiker niet te verbannen, maar wel bewust te kiezen:
• Minder zoete snacks en frisdrank.
• Meer eiwit- en vezelrijke maaltijden.
• Eet met aandacht (niet gedachteloos voor een scherm).
• Geniet, maar niet de hele dag door.

De kern
Je kunt suiker eten en toch afvallen. Suiker maakt niet dik. Te veel eten, te vaak en te weinig bewust wél.

Posted on

Leeftijd en herstel van (kracht)training

herstel van krachttraining

Bewegen wordt met de leeftijd niet makkelijker, maar hoe slecht is veroudering nu echt voor je herstel? In een recente studie vergeleken de onderzoekers hoog competitieve atleten van ongeveer 22 jaar met atleten van rond de 52 jaar. De atleten voerden 10 sets van squats uit.

Op basis van een reeks biomarkers voor spierschade en ontsteking concludeerden de onderzoekers dat “jonge en oudere atleten die aan krachttraining doen en hetzelfde prestatieniveau hebben, een vergelijkbare mate van spierschade vertoonden.”

Deze bevindingen sluiten aan bij een eerder onderzoek over het effect van leeftijd op spierherstel herstel. De meeste studies vonden geen verminderd herstel bij oudere ten opzichte van jongere personen. De verschillen die wel bestaan, worden grotendeels verklaard door het feit dat oudere personen in slechtere conditie zijn door een gebrek aan beweging, en niet door hun leeftijd. Dit onderzoek weerlegd dus dat veroudering gepaard zou gaan met een verminderd herstel van training.

Er zijn uiteraard grenzen. Ander recent onderzoek liet zien dat bij mensen van 65 jaar en ouder meerdere tekenen van een verminderd herstelvermogen aanwezig zijn, al zijn de effecten lang niet zo duidelijk als veel mensen vreesden. De meest uitgesproken problemen zitten in het bindweefsel, niet in de spieren.

Alles bij elkaar is leeftijd inderdaad vooral een getal, zeker als dat getal onder de 65 ligt. Het lichaam van de gemiddelde 50-jarige is niet achteruitgegaan door leeftijd, maar door decennia van slechte voeding en een gebrek aan fysieke activiteit. “Use it or lose it”.

Posted on

Veranderingen in voedingsadviezen

peulvruchten

De Gezondheidsraad heeft een deel van de Richtlijnen goede voeding herzien: er zijn nieuwe aanbevelingen voor eiwitbronnen als peulvruchten en vlees. Het Voedingscentrum gebruikt deze richtlijnen in de Schijf van Vijf.

Naast de Richtlijnen goede voeding verwerkt het Voedingscentrum in de Schijf van Vijf meer informatie, zoals de voedingsnormen en randvoorwaarden voor duurzaamheid en voedselveiligheid. Daarmee maakt het Voedingscentrum kaders voor iedereen in Nederland en de vele verschillende eetvoorkeuren, van vlees tot vegetarisch en meer.

In april 2026 komt het Voedingscentrum met een doorontwikkelde Schijf van Vijf. Daarin komen alle nieuwe wetenschappelijke inzichten samen tot een gezond, duurzaam en veilig eetpatroon waarmee je alle benodigde voedingsstoffen en energie binnenkrijgt. De Gezondheidsraad legt in de nieuwe richtlijnen de nadruk op meer plantaardig eten, voor de gezondheid van mens en planeet. Richtlijnen over andere productgroepen, zoals graanproducten, groente en fruit, volgen later.

Impact Schijf van Vijf
De Schijf van Vijf biedt op dit moment al ruimte om veel plantaardig te eten. Naar aanleiding van het Gezondheidsraad-advies zal het minimum aan peulvruchten omhooggaan, en het maximum aan vlees omlaaggaan.

Het Voedingscentrum verwerkt in de Schijf van Vijf meer dan alleen de Gezondheidsraad-adviezen. Zo laten ze straks nog beter zien wat alle mogelijkheden zijn met de Schijf van Vijf. Dat maakt het makkelijker om keuzes te maken, bijvoorbeeld als je vega(n) eet.

Wat zeker is: de Schijf van Vijf blijft herkenbaar met vijf vakken. De hoofdadviezen zijn actueel en blijven dat ook. Voor veel mensen is het bijvoorbeeld al een mooie stap als het lukt om maximaal 300 gram rood vlees te eten of één keer per week peulvruchten, zoals het huidige Schijf van Vijf-advies is. De hoeveelheden die worden geadviseerd veranderen mogelijk, maar de stappen die mensen kunnen zetten richting een gezond en duurzaam eetpatroon blijven dezelfde.

Posted on

Je verbrandt meer dan je denkt

meer bewegen

In het dagelijks leven gebruikt je lichaam voortdurend energie. Zelfs als je slaapt, is je lichaam continu aan het werk: ademen, herstellen, je hart laten pompen, je hersenen actief houden, je eten verteren… alles kost energie. Dat basisverbruik noemen we het basaal metabolisme. Daarnaast verbrand je energie door alles wat je doet op een dag: je dagelijkse handelingen én je trainingen of sportmomenten.

Wat veel mensen vergeten, is dat vooral de dagelijkse activiteiten, de dingen die we bijna automatisch doen, een grote invloed hebben op hoeveel energie je totaal verbrandt. Dit noemen we ADL: Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen.

Denk aan eten en drinken, jezelf aankleden, lopen, spullen opruimen, naar het toilet gaan, schoonmaken, praten, in en uit bed stappen, hobby’s doen, met mensen omgaan…

Al deze bewegingen bij elkaar zorgen voor een groter energieverbruik dan je vaak beseft. Hoeveel jij per dag verbrandt, hangt daarbij af van factoren zoals je conditie, je lichaamssamenstelling, je energieniveau en zelfs je stemming.

Een opvallend patroon: op dagen dat mensen trainen, worden ze buiten dat uur in de gym vaak minder actief. Ze zitten meer, bewegen minder of “bewaren energie”. Het gevolg? Het extra verbruik van de training wordt soms volledig opgeheven door minder bewegen gedurende de rest van de dag.

In zo’n situatie kun je beter de trap eens extra nemen, vaker opstaan van je stoel, je huis even opruimen, lopen terwijl je belt of meebewegen op de muziek die aanstaat. Deze kleine bewegingen – elke dag weer – stapelen op en dragen enorm bij aan je totale energieverbruik.

Zie sporten vooral als iets dat je doet voor je gezondheid, kracht, mobiliteit en mentale welzijn. Voor meer energieverbruik geldt: meer bewegen door de dag heen is vaak effectiever dan één intensief uur trainen.

Opdracht
Observeer vandaag je eigen ADL. Kies één moment waarop je normaal stilzit en vervang dit door beweging. Bijvoorbeeld:
• tijdens bellen rondlopen.
• na elk uur zitten 2 minuten bewegen.
• voor elke maaltijd 20 squats of een korte huishoudelijke taak.
• muziek aanzetten en één liedje lang meebewegen.

Noteer aan het eind van de dag wat je hebt aangepast en hoe het voelde. Morgen kies je weer één extra moment. Zo bouw je je dagelijkse verbranding stap voor stap op.

Posted on

Veilig hardlopen

hardlopen

Hardlopen is een toegankelijke manier om aan je conditie te werken. Je hebt weinig nodig, kunt het doen wanneer het jou uitkomt en zelfs een korte training kan al veel opleveren. Veel mensen gebruiken hardlopen om af te vallen, fit te blijven, hun hoofd leeg te maken of om zich voor te bereiden op een prestatiedoel.

Toch hoort bij hardlopen een keerzijde: het is een van de meest blessuregevoelige sporten. Ongeveer 60% van de hardlopers krijgt vroeg of laat te maken met klachten. Dat komt vooral doordat elke landing een schok geeft van twee tot drie keer je lichaamsgewicht. Als je lichaam die krachten niet goed kan opvangen, ontstaat er een verhoogd risico op overbelasting.

Hoewel niet één duidelijke oorzaak is aan te wijzen, zien we dat vooral snelle toename van volume een belangrijke factor is. Denk aan vaker lopen, langere afstanden of hogere snelheid. Ook vermoeidheid, gebrek aan spierkracht, beperkte mobiliteit en een inefficiënte looptechniek spelen mee. Goed leren bewegen én slim trainen helpt om risico’s te verkleinen én je prestaties te verbeteren.

De drie fases van hardlopen
Hardlopen bestaat grofweg uit drie fases:
1. Steunfase
In deze fase zet je af met het standbeen. De grote bilspier zorgt voor heupstrekking en levert een groot deel van de kracht die nodig is om vooruit te komen. Een sterke bilspier en goede stabiliteit zijn cruciaal om efficiënt te kunnen afzetten.

2. Contactfase
Dit is de landing. Het lichaam moet de schok opvangen zonder dat je snelheid verliest. Heupstabiliteit speelt hier een belangrijke rol. Zakt de heup in, dan bewegen knie en voet vaak naar binnen, wat de belasting op spieren en pezen vergroot.

3. Zwaaifase
Het achterste been zwaait naar voren om de volgende pas in te zetten. Dit vraagt om voldoende heupmobiliteit én stabiliteit in het standbeen. Ook in deze fase werken de bilspieren hard om een vloeiende, krachtige pas te creëren. De bilspieren zijn dus niet alleen belangrijk, ze zijn dominant in bijna elke pas die je zet.

Rompstijfheid en efficiëntie
Een stabiele romp zorgt ervoor dat je rechtop blijft en niet onnodig gaat roteren. Als de romp te veel meedraait, bewegen de schouders mee en gaat er energie verloren. Het gevolg: je loopt minder efficiënt, je wordt sneller moe en de kans op klachten in onderrug, heupen of knieën kan toenemen. Een sterke romp is daarom een belangrijk onderdeel van blessurepreventie.

Schoeisel: hulpmiddel, geen oplossing
Er bestaan veel theorieën over ‘de juiste hardloopschoen’. Hoewel goed schoeisel prettig is en zeker een rol speelt in comfort, voorkomt een schoen op zichzelf geen blessures. Een voorbeeld is de anti-pronatieschoen: deze corrigeert de beweging van de voet, maar verplaatst de belasting vaak naar gewrichten hoger in de keten, zoals de knie.

Met een goede techniek en sterke spieren zijn schoenen vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur. Ze moeten comfortabel zijn, niet meer en niet minder.

Conclusie
Hardlopen is een geweldige manier om fitter, sterker en mentaal frisser te worden. Maar het vraagt wél om een lichaam dat de belasting aankan. Door aandacht te besteden aan techniek, stabiliteit, spierkracht en een geleidelijke trainingsopbouw verklein je de kans op blessures aanzienlijk en ga je sneller vooruit.

Twijfel je over je looptechniek? Laat er iemand met verstand van hardlopen naar kijken.

Opdracht
Kies één van de onderstaande opdrachten en voer deze de komende week uit:
1. Techniekcheck
Laat iemand een korte video maken van je looptechniek van voren, achteren en opzij. Analyseer zelf of met een trainer hoe je heup, knie en voet bewegen tijdens de landing.
2. Stabiliteitstest
Doe drie keer per week deze korte test: ga één minuut op één been staan, eerst links en dan rechts. Merk je verschil? Voeg dan drie stabiliteitsoefeningen toe (bijv. heupheffen, zijwaartse plank, single-leg deadlift) en herhaal de test na een week.
3. Trainingsopbouw
Evalueer je huidige trainingsweken. Verhoog nooit meer dan 10% per week in afstand of tijd. Pas dit principe toe in je komende drie trainingsweken.

Posted on

Succesverhaal Bram Casteleijn

succesverhaal bram casteleijn

Wat heb je bereikt sinds dat je gestart bent bij No Time Fit?
Wat heb ik bereikt? Nou mijn antwoord is simpel, want ik heb geen hard streefdoel! Ook nooit gehad. Ik train om fit te blijven en om met 70 jaar mijn basisconditie, maar vooral mijn vitaliteit, op peil te houden. Daarnaast fiets ik graag en kies regelmatig de fiets (dus geen e-bike!!) om van Aardenburg naar Sluis of Oostburg te fietsen. Lekker tempo, genieten van de omgeving. Na bijna zes jaar is mijn conditie beter dan in 2019 toen ik startte. En ik ben kerngezond, de apotheek is voor mij een bijna onbekende plek. Ik ben ook meer op mijn voeding en op een regelmatiger leefpatroon gaan letten.

Waarom heb je voor No Time Fit gekozen?
Ik kwam bij No Time Fitness door een advies van de ondersteuningspraktijk van de huisarts. Mijn suikerspiegel was net iets te hoog en het cholesterolgehalte zat tegen de grens aan en dan volgen er dramaverhalen over medicatie en de leeftijd. Nou daar doe ik dus niet aan mee en chemische medicatie weiger ik absoluut. Dus ja, dan moet je zelf aan het werk en hierin paste No Time Fit goed.

Wat vind je van onze begeleiding?
Ik vind begeleid trainen prettig. Ook, wanneer het past, het groepje op woensdagochtend in Sluis en anders kies ik een ander tijdstip. Het zorgt ook voor een ritme in de week en zo met elkaar motiveert mij dat. Ik woon alleen en dan is het belangrijk om bepaalde patronen in je weekschema in te bouwen.

Is het goed vol te houden?
Ik kan met de woensdagochtend groep goed meekomen, want zoals gezegd, ik tracht elke dag toch wel 30 tot 45 minuten actief te bewegen. In het fysieke vrijwilligerswerk bij Landschapsbeheer Zeeland en in de Tuinen van Groede zijn er ook dagen van 5 tot 6 uur fysiek werk. Ook thuis ben ik redelijk actief bezig. Na een buikwandoperatie in verband met een dubbele en nogal gecompliceerde breuk kan ik eigenlijk weer aan alle oefeningen goed meedoen. Een typische sportman ben ik nooit geweest en elk nadeel hep zijn voordeel, zou wijlen Johan Cruyff kunnen zeggen. Ik merk daardoor weinig van de leeftijd, ik kan niet zeggen dat er veel verschil is met toen ik 25 was of nu 70 jaar. Gelukkig ben ik van grotendeels zittend werk en een werkend bestaan in de Randstad verlost en voelt de vrijheid van Zeeuws-Vlaanderen waar mijn oude familiewortels liggen, nog steeds als een langdurige vakantie!

Zou je het anderen aanraden?
Ja, ik zou het zeker anderen aanraden, maar in deze regio komt er niemand uit mijn vrienden- en kennissenkring voor in aanmerking en rond Goes werkt het toch anders.

Foto: Op de TOP! Ja, de Patscherkofel bij Innsbruck in de regen, augustus 2025.

Posted on

Slapen op zondagavond

slapen

Het weekend zit erop. Je hebt genoten, even afstand genomen van je werk en jezelf wat vrijheid gegund. Op zondagavond ben je goed voorbereid: je tas staat klaar, je outfit ligt klaar, je ontbijt is geregeld — en je besluit op tijd naar bed te gaan om de week fris te beginnen.

Maar zodra je ligt, merk je het al. Je bent niet moe. Je gedachten gaan alle kanten op: wat er morgen op de planning staat, wat je nog moet doen, met wie je nog moet praten. En hoe langer je wakker ligt, hoe meer je je druk maakt over het feit dat je nog steeds niet slaapt. Herkenbaar? Veel mensen hebben op zondagavond moeite om in slaap te vallen. We geven vaak de schuld aan “piekeren over werk”, maar dat is maar een deel van het verhaal.

De sociale jetlag
Uit onderzoek blijkt dat zo’n 40 procent van de mensen op zondag slecht in slaap komt. Dat heeft niet alleen te maken met stress, maar vooral met de zogenaamde sociale jetlag. In het weekend blijf je later op en slaap je uit. Daardoor raakt je biologische klok tijdelijk ontregeld. Op zondagavond wil je lichaam eigenlijk nog niet slapen — het zit nog in het weekendritme.

Wat gebeurt er in je lichaam?
Je slaap wordt gestuurd door twee processen:
• Proces C: je circadiaans ritme, oftewel je interne klok.
• Proces S: je slaapdruk, de behoefte aan slaap die gedurende de dag opbouwt.
In het weekend verschuift deze balans. Je slaapdruk is lager op zondagavond en je interne klok staat nog in ‘avondmodus’. Als je dan vroeg naar bed gaat, lukt het vaak niet om meteen te slapen.

Wat kun je doen?
Probeer in het weekend je slaap- en waaktijden niet te veel te laten afwijken van doordeweeks. Zo blijft je biologische klok beter afgestemd en begin je de week met meer energie. Een uurtje later naar bed kan prima, maar maak er geen drie van.

Opdracht:
Kijk eens naar je afgelopen weekend. Hoeveel uur later ging je slapen dan op een gewone werkdag? En hoe laat stond je op? Noteer het verschil. Bedenk vervolgens één kleine aanpassing voor volgend weekend om het verschil te verkleinen — bijvoorbeeld 30 minuten eerder naar bed of iets eerder opstaan. Voer dit uit en observeer maandagochtend hoe je je voelt.

Posted on

Combineren kracht- met wedstrijdsport

fietsers

We weten het inmiddels allemaal: krachttraining is geen bijzaak meer voor sporters. Een sterk lichaam presteert beter — het beweegt efficiënter, kan meer kracht leveren en is beter bestand tegen blessures. Toch vraagt het combineren van krachttraining met je eigen sport om een doordachte aanpak.

Soort sport
Elke sport stelt andere eisen aan je lichaam. Denk aan hardlopers die explosieve kracht nodig hebben, wielrenners die langdurig vermogen moeten leveren of vechtsporters die stabiliteit en snelheid combineren. De manier waarop jij traint in de gym, moet aansluiten bij de bewegingen en energiebehoeften van jouw sport.

Weekindeling
Van trainen alleen word je niet beter — van herstellen wel. Iedere training kost energie, en juist in het herstel word je sterker. Daarom is het belangrijk dat je je krachttraining goed afstemt op je sporttrainingen en wedstrijden. Zo voorkom je overbelasting en haal je maximale winst uit beide.

Seizoensopbouw en piekmomenten
Geen enkel sportjaar is hetzelfde. Sommige periodes zijn gericht op opbouw, andere op pieken tijdens wedstrijden. Een goed krachtprogramma houdt rekening met deze fases, zodat jij op het juiste moment op je sterkst bent.

En nu?
Krachttraining combineren met je sport is maatwerk. Deel daarom je sport, weekplanning en seizoen met je trainer/coach. Zo zorgen jullie samen dat jouw training precies doet wat het moet doen: jou beter maken in jouw sport.

Opdracht:
Maak deze week een overzicht van je sporttrainingen en wedstrijden. Voeg daarbij je momenten van rust en herstel. Bespreek dit met je trainer/coach en bepaal samen waar krachttraining het beste past voor maximale vooruitgang.

Posted on

Superfoods: bestaan ze echt?

lijnzaad

De naam doet vermoeden dat superfoods uitzonderlijk gezond zijn en extra voordelen bieden voor je lichaam. Maar is dat wel zo?

Wat zijn superfoods eigenlijk?
Een duidelijke definitie van superfoods bestaat niet. Over het algemeen worden het voedingsmiddelen genoemd die rijk zouden zijn aan bepaalde vitamines, mineralen of antioxidanten — en daarmee beter dan ‘gewone’ voeding. Onderzoek laat echter zien dat, hoewel sommige producten inderdaad veel voedingsstoffen bevatten, deze net zo goed uit een gevarieerd voedingspatroon met groente, fruit, volkorenproducten en gezonde vetten gehaald kunnen worden.

Kort gezegd: superfoods kunnen een mooie aanvulling zijn, maar vormen nooit de basis van een gezond eetpatroon.

Lijnzaad
Lijnzaad is rijk aan vezels en ALA (alfalinoleenzuur), een plantaardige omega-3 vetzuur. Je lichaam kan ALA niet zelf aanmaken, dus het is belangrijk dit via voeding binnen te krijgen. Twee eetlepels lijnzaad per dag leveren al voldoende ALA. Een voordeel: het is goedkoop en makkelijk toe te voegen aan bijvoorbeeld yoghurt of havermout. Ook walnoten (ongeveer 600 mg ALA per noot) leveren dit vetzuur, net als kleinere hoeveelheden in vlees, spruitjes, volkoren granen en linzen.

Spirulina
Spirulina is een blauwgroene zoutwateralg en wordt vaak geprezen om zijn hoge eiwitgehalte (ongeveer 60%) en antioxidanten. Sommige onderzoeken suggereren dat het kan bijdragen aan levergezondheid en ontstekingsremming, maar harde wetenschappelijke bewijzen ontbreken nog. Vooral veganisten gebruiken spirulina graag als natuurlijke eiwitbron in poeder- of tabletvorm.

Walnoten
Walnoten zijn voedzaam en rijk aan onverzadigde vetten, vitamine E, B-vitamines en ijzer. Ze kunnen zelfs dienen als vleesvervanger. Er zijn aanwijzingen dat noten helpen bij het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten, mogelijk door hun vetzuursamenstelling. Toch is matiging belangrijk: walnoten bevatten veel energie (ongeveer 675 kcal per 100 gram). Een klein handje per dag is voldoende.

Haver
Haver is een klassiek voedingsmiddel dat al eeuwen wordt geteeld. Het bevat relatief veel eiwit, vezels, onverzadigd vet en belangrijke mineralen zoals calcium en ijzer. Ook levert het B-vitamines (vooral B1 en B6). Hoewel haver van nature glutenvrij is, kan het tijdens verwerking in contact komen met gluten. Let dus op het glutenvrij-logo als je gevoelig bent voor gluten.

Pure cacaopoeder
Cacao, het hoofdingrediënt van chocolade, bevat flavonoïden — antioxidanten die mogelijk gunstig zijn voor hart en bloedvaten. Toch blijft het belangrijk onderscheid te maken tussen pure cacao en bewerkte chocolade, die vaak veel suiker en vet bevat. Een chocoladereep van 100 gram bevat al snel 500 tot 600 kcal. Kies daarom liever voor pure cacaopoeder (minimaal 70%) in bijvoorbeeld je smoothie of havermout.

Conclusie
Een gezond en gevarieerd voedingspatroon met voldoende groente, fruit, volkorenproducten en gezonde vetten blijft de basis voor vitaliteit. Superfoods kunnen een leuke en voedzame aanvulling zijn, maar geen vervanging voor een gebalanceerd dieet. Zie ze als het “extraatje” dat bepaalde voedingsstoffen nét wat kan aanvullen — niet als wondermiddel.

Opdracht
Bekijk je eigen eetpatroon van de afgelopen drie dagen.
1. Noteer welke producten je eet die bijdragen aan een goede basis (zoals groente, fruit, volkorenproducten, peulvruchten).
2. Bedenk daarna één superfood dat je kunt toevoegen als extra (bijvoorbeeld lijnzaad door je ontbijt of wat pure cacaopoeder in je smoothie).
3. Beschrijf waarom je juist dat product kiest en welk mogelijk voordeel het biedt voor jouw gezondheid.