
Rond de feestdagen krijgt suiker steevast de schuld. “Van suiker word je dik”, hoor je overal. Maar zo simpel is het niet. Suiker is geen magische vetmaker. Wat telt, is het totaalplaatje.
Kort door de bocht: wat is suiker?
Suiker (sucrose) is een koolhydraat en levert, net als andere koolhydraten, 4 kcal per gram. In je lichaam wordt suiker afgebroken tot glucose en fructose. Glucose is essentieel: je hersenen draaien er volledig op. Zonder glucose geen leven.
Bloedsuiker, insuline en vetopslag
Na het eten stijgt je bloedsuiker en maakt je lichaam insuline aan. Dat helpt glucose naar spieren, lever en – als het nodig is – vetcellen te brengen. Later, wanneer je beweegt of sport, wordt die energie weer vrijgemaakt. Zolang je energiebalans over de dag klopt, wordt maar een heel klein deel van glucose omgezet in vet.
Maakt suiker dikker dan andere koolhydraten?
Nee. Een gram suiker levert net zoveel energie als een gram “langzame” koolhydraten. Ook snelle stijgingen in bloedsuiker of insuline maken je niet automatisch dik. Eiwitten zorgen óók voor een insulinerespons en daar worden we niet ineens dik van.
Waar gaat het dan wél mis?
Suikerrijke producten eten makkelijk weg en verzadigen slecht. Daardoor eet je er vaak meer van dan je van plan was. Niet de suiker zelf, maar structurele overconsumptie zorgt voor gewichtstoename. Zeker rond kerst, met overvloed, gezelligheid en emotie-eten, ligt dat risico hoger.
Praktische tips:
Je hoeft suiker niet te verbannen, maar wel bewust te kiezen:
• Minder zoete snacks en frisdrank.
• Meer eiwit- en vezelrijke maaltijden.
• Eet met aandacht (niet gedachteloos voor een scherm).
• Geniet, maar niet de hele dag door.
De kern
Je kunt suiker eten en toch afvallen. Suiker maakt niet dik. Te veel eten, te vaak en te weinig bewust wél.


